Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
huizen 1
huizes 1
hulp 1
hun 52
hunner 6
ieder 2
ieders 1
Frequency    [«  »]
65 niet
64 een
54 dat
52 hun
52 want
51 gij
47 heeft

Het boek Baruch

IntraText - Concordances

hun

   Chapter, Verse
1 1, 11| Balthazar, zijn zoon; opdat hun dagen zijn mogen gelijk 2 2, 17| het graf, welker geest van hun ingewanden weggenomen is, 3 2, 24| zouden gebracht worden uit hun plaats.~ 4 2, 31| erkennen, dat ik de Here hun God ben, en ik zal hun een 5 2, 31| Here hun God ben, en ik zal hun een hart geven, en oren 6 2, 33| zullen zich bekeren van hun hardnekkigheid, en van hun 7 2, 33| hun hardnekkigheid, en van hun boze werken, want zij zullen 8 2, 34| wederkeren in het land dat ik hun vaderen Abraham, en Izaäk, 9 2, 35| 35 En ik zal hun een eeuwig verbond bevestigen, 10 2, 35| bevestigen, namelijk dat ik hun zal zijn tot een God, en 11 2, 35| verdrijven uit het land, dat ik hun gegeven heb.~ 12 3, 4 | die de stem van de Here hun God niet gehoord hebben, 13 3, 17| mensen op betrou wen, en hun bezitting is geen einde.~ 14 3, 19| nedergedaald, en anderen zijn in hun plaats opgestaan.~ 15 3, 21| hebben die niet aangenomen; hun kinderen zijn ver van haar 16 3, 27| Here niet verkoren, noch hun de weg der kennis te verstaan 17 4, 25| verderf zien, en gij zult op hun halzen treden.~ 18 6, 7 | 7 Want hun tong is van de werkmeester 19 6, 8 | kronen voor de hoofden van hun goden.~ 20 6, 9 | priesters het goud en zilver hun goden, en brengen het door 21 6, 10| ook de hoeren, die onder hun dak zijn. Zij versieren 22 6, 12| purperkleed, zo veegt men hun aangezicht, vanwege het 23 6, 15| onnut is, zodanig zijn ook hun goden.~ 24 6, 16| 16 Wanneer zij in hun huizen vastgezet zijn, zo 25 6, 16| vastgezet zijn, zo zijn hun ogen vol stof van de voeten 26 6, 17| verzekeren ook de priesters hun tempels met deuren, sloten 27 6, 18| 18 Zij ontsteken hun kaarsen, en dat meer in 28 6, 19| 19 En men zegt dat hun harten worden uitgeknaagd 29 6, 19| en wanneer zij deze en hun kleding vereten, zo gevoelen 30 6, 20| zijn zwart geworden aan hun aangezicht van de rook, 31 6, 21| 21 Op hun lichaam en op hun hoofd 32 6, 21| 21 Op hun lichaam en op hun hoofd vliegen de nachtuilen, 33 6, 25| ver tonende zo de mensen hun oneer.~ 34 6, 26| als voor doden zo zet men hun gaven voor.~ 35 6, 27| 27 Hun offeranden verkopen hun 36 6, 27| Hun offeranden verkopen hun priesters en verteren die 37 6, 27| die onnut; desgelijks ook hun vrouwen leggen daarvan in 38 6, 28| 28 Hun offeranden raken de maandstondige 39 6, 30| En de priesters zitten in hun tempels, hebbende gescheurde 40 6, 30| gescheurde rokken aan, en hun hoofden en baarden kaal 41 6, 30| baarden kaal afgeschoren, en hun hoofden zijn ongedekt?~ 42 6, 31| brullen, en roepen voor hun goden, gelijk sommigen in 43 6, 32| 32 Hun priesters nemen van hun 44 6, 32| Hun priesters nemen van hun klederen, en kleden daarmee 45 6, 32| klederen, en kleden daarmee hun vrouwen en kinderen.~ 46 6, 34| noch geld. Indien iemand hun een belofte doet, en houdt 47 6, 48| hoe zij zich te zamen met hun goden verbergen zullen.~ 48 6, 54| verzilverde goden, zo zullen hun priesters wel kunnen ontvlieden 49 6, 57| zilver, en de kleding die hun omhangt, en gaan weg als 50 6, 59| zij uitgezonden worden tot hun gebruik zijn gehoorzaam;~ 51 6, 69| bewaren kan, zo zijn ook hun houten, vergulde en verzilverde 52 6, 70| 70 Insgelijks ook zijn hun houten, en vergulde, en


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License