Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
gezonden 2
gezondigd 7
gezworen 1
gij 51
glans 1
god 43
goddeloos 1
Frequency    [«  »]
54 dat
52 hun
52 want
51 gij
47 heeft
45 hebben
44 der

Het boek Baruch

IntraText - Concordances

gij

   Chapter, Verse
1 1, 14| 14 En gij zult dit boek lezen, hetwelk 2 2, 11| 11 En nu Here, gij God van Israël, die uw volk 3 2, 13| onder de heidenen, waarheen gij ons verstrooid hebt.~ 4 2, 15| ganse aardbodem wete, dat gij de Here onze God zijt, en 5 2, 20| 20 Want gij hebt uw toorn en gramschap 6 2, 20| ons gebracht, gelijk als gij gesproken hebt door de dienst 7 2, 21| Babylonië te dienen, zo zult gij blijven zitten in het land 8 2, 22| 22 En indien gij de stem des Heren niet zult 9 2, 24| Babylonië te dienen; daarom hebt gij uw woorden bevestigd, die 10 2, 24| uw woorden bevestigd, die gij gesproken hadt door de dienst 11 2, 26| 26 Gij hebt het huis, waarin uw 12 2, 27| 27 Gij hebt met ons gedaan, Here 13 2, 28| 28 Gelijkerwijs gij gesproken hebt door de dienst 14 2, 28| knecht Mozes, in die dag als gij hem bevolen hebt uw wet 15 2, 29| 29 Indien gij mijn stem niet zult horen, 16 3, 1 | 1 ALMACHTIGE Here, gij God van Israël, een ziel 17 3, 3 | 3 Want gij zijt gezeten in alle eeuwen, 18 3, 4 | 4 Almachtige Here, gij God van Israël, hoor toch 19 3, 6 | 6 Want gij zijt de Here onze God, en 20 3, 7 | 7 Want daarom hebt gij uw vreze gegeven in onze 21 3, 8 | vreemdelingschap waarheen gij ons verstrooid hebt, tot 22 3, 9 | ze ter ore ingaan, opdat gij wijsheid moogt weten.~ 23 3, 10| 10 Wat is er Israël, dat gij in het land der vijanden 24 3, 11| 11 Gij zijt verouderd geworden 25 3, 11| geworden in een vreemd land, gij zijt verontreinigd geworden 26 3, 11| geworden onder de doden, gij zijt gerekend met degenen, 27 3, 12| 12 Gij hebt de fontein der wijsheid 28 3, 13| 13 Indien gij op de weg van God hadt gewandeld, 29 3, 13| van God hadt gewandeld, gij zoudt eeuwig met vrede gewoond 30 3, 14| waar vernuft is, op dat gij meteen moogt weten waar 31 4, 5 | Zijt goedsmoeds mijn volk, gij gedachtenis van Israël.~ 32 4, 6 | 6 Gij zijt de heidenen verkocht, 33 4, 6 | niet ten verderve; en omdat gij God vertoornd hebt, zijt 34 4, 6 | God vertoornd hebt, zijt gij de vijanden overgegeven.~ 35 4, 7 | 7 Want gij hebt hem die u gemaakt heeft 36 4, 7 | heeft tot toorn verwekt, als gij de duivelen hebt geofferd, 37 4, 8 | 8 Gij hebt de eeuwige God vergeten 38 4, 8 | die u geteeld heeft, en gij hebt Jeruzalem bedroefd 39 4, 9 | heeft gezegd: Hoort toe, gij naburinnen Sions, want God 40 4, 14| 14 Komt gij naburinnen Sions, en gedenkt 41 4, 25| 25 Gij kinderen, lijdt geduldig 42 4, 25| heeft u zeer vervolgd, maar gij zult haast zijn verderf 43 4, 25| haast zijn verderf zien, en gij zult op hun halzen treden.~ 44 4, 37| 37 Zie, uw kinderen, die gij hebt uitgezonden, komen; 45 6, 1 | OM der zonden wil waarmee gij gezondigd hebt tegen God, 46 6, 1 | gezondigd hebt tegen God, zult gij van Nabuchodonosor, de koning 47 6, 2 | Babylonië gekomen zijnde, zult gij daar vele jaren en lange 48 6, 3 | 3 Doch nu zult gij in Babylonië op de schouders 49 6, 4 | dan wel voor u, dat ook gij niet op enige wijze de vreemden 50 6, 5 | 5 Als gij zult zien dat een schaar 51 6, 22| 22 Daaraan zult gij weten dat zij geen goden


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License