Chapter, Verse
1 1, 1 | van Chelkia, geschreven heeft in Babylonië.~
2 1, 19| vaderen uit Egypte land geleid heeft, tot op deze dag toe, zijn
3 1, 20| hij onze vaderen uitgeleid heeft uit het land van Egypte,
4 1, 21| profeten, die hij tot ons heeft gezonden.~
5 2, 1 | 1 EN de Here heeft zijn woord bevestigd, dat
6 2, 2 | komen, hoedanige hij niet heeft gedaan onder de ganse hemel,
7 2, 2 | hemel, gelijk hij gedaan heeft te Jeruzalem, naar dat geschreven
8 2, 4 | 4 Hij heeft hen overgegeven om knechten
9 2, 4 | waaronder hen de Here verstrooid heeft.~
10 2, 7 | Here over ons gesproken heeft, dat kwaad is over ons gekomen.~
11 2, 9 | de straffen, en de Here heeft die over ons gebracht, want
12 2, 9 | zijn werken, die hij ons heeft geboden.~
13 3, 15| 15 Wie heeft haar plaats gevonden, en
14 3, 25| 25 Zij is groot, en heeft geen einde, hoog, en onmetelijk.~
15 3, 27| 27 Deze heeft de Here niet verkoren, noch
16 3, 29| ten hemel opgevaren, en heeft haar gevat, en haar uit
17 3, 30| getogen over de zee, en heeft haar gevonden, en zal haar
18 3, 32| weet, die kent haar; hij heeft haar gevonden door zijn
19 3, 32| vernuft, die de aarde bereid heeft tot een eeuwige tijd, die
20 3, 32| eeuwige tijd, die ze vervuld heeft met viervoetige gedierten.~
21 3, 35| 35 Hij heeft geroepen, en zij hebben
22 3, 37| 37 Hij heeft al de weg der wetenschap
23 3, 37| wetenschap gevonden, en bij heeft die gegeven aan Jakob zijn
24 3, 37| is zij op aarde gezien en heeft onder de mensen mede verkeerd.~
25 4, 7 | gij hebt hem die u gemaakt heeft tot toorn verwekt, als gij
26 4, 8 | God vergeten die u geteeld heeft, en gij hebt Jeruzalem bedroefd
27 4, 8 | bedroefd die u gevoedsterd heeft.~
28 4, 9 | 9 Want zij heeft gezien de toorn die van
29 4, 9 | God over u komen zou, en heeft gezegd: Hoort toe, gij naburinnen
30 4, 9 | naburinnen Sions, want God heeft groot leed over mij gebracht.~
31 4, 10| eeuwige over hen gebracht heeft.~
32 4, 14| die de eeuwige over hen heeft gebracht.~
33 4, 15| 15 Want hij heeft over hen gebracht een volk
34 4, 18| dit kwaad over u gebracht heeft, zal u verlossen uit de
35 4, 25| gekomen, want uw vijand heeft u zeer vervolgd, maar gij
36 4, 27| die dit over u gebracht heeft zal uwer gedenken.~
37 4, 29| dit kwaad over u gebracht heeft, zal over u brengen een
38 4, 30| want hij die u genoemd heeft, zal u vertroosten.~
39 4, 32| die uw kinderen ontvangen heeft.~
40 4, 33| gelijk zij zich verheugd heeft over uw val, en zich vervrolijkt
41 4, 33| val, en zich vervrolijkt heeft over uw ongeval, zo zal
42 5, 5 | God hunner weder gedacht heeft.~
43 5, 7 | 7 Want God heeft besloten, alle hoge bergen
44 6, 13| 13 En hij heeft een scepter als een mens,
45 6, 14| 14 Hij heeft ook een zwaard in zijn rechterhand,
46 6, 17| die zich aan de koning heeft vergrepen, als die ter dood
47 6, 72| beter, die geen afgoden heeft, want hij is verre van bespotting.~
|