Chapter, Verse
1 1, 3 | de redenen van dit boek voor de oren van Jechonia, de
2 1, 4 | 4 En voor de oren van het ganse volk,
3 1, 4 | hetwelk tot dat boek kwam; en voor de oren der machtigen, en
4 1, 4 | de zonen der koningen; en voor de oren der oudsten, en
5 1, 4 | de oren der oudsten, en voor de oren van het ganse volk,
6 1, 4 | de kleinen tot de groten, voor allen die woonden in Babylonië
7 1, 11| 11 En bidt voor het leven van Nabuchodonosor,
8 1, 12| dagen dienen, en genade voor hen vinden.~
9 1, 13| 13 Bidt ook voor ons, tot de Here onze God,
10 1, 14| huis des Heren openlijk voor te lezen, op, de feestdag
11 1, 17| der zonden wil, die wij voor de Here begaan hebben;~
12 1, 18| bevelen des Heren, die hij voor ons aangezicht gegeven had.~
13 1, 22| offeren, en kwaad te doen voor de ogen des Heren onzes
14 2, 10| Heren, die hij gegeven had voor ons aangezicht.~
15 2, 14| uwentwil, en geef ons genade voor het aanschijn dergenen,
16 2, 19| Here onze God, niet uit voor uw aangezicht, vanwege de
17 2, 25| Ziet, zij zijn uitgeworpen voor de hitte des daags en voor
18 2, 25| voor de hitte des daags en voor de koude des nachts, en
19 2, 28| hebt uw wet te schrijven voor de kinderen Israëls, zeggende:~
20 2, 33| vaderen, die gezondigd hebben voor de Here.~
21 3, 2 | genadig, want wij hebben voor u gezondigd.~
22 3, 4 | Israël, en der kinderen die voor u gezondigd hebben, die
23 3, 30| gevonden, en zal haar brengen voor uitverkoren goud?~
24 3, 35| geschenen met vrolijkheid voor hem, die haar ge maakt had.~
25 4, 2 | wandel tot verlichting voor het licht derzelve.~
26 4, 16| hebben geen schaamte gehad voor de oude, en des kinds hebben
27 6, 4 | 4 Ziet dan wel voor u, dat ook gij niet op enige
28 6, 4 | gemaakt wordt, en u een vrees voor hen bevange.~
29 6, 5 | zult zien dat een schaar voor en achter hen gaande ze
30 6, 8 | 8 En als voor een maagd, die gaarne versierd
31 6, 8 | goud en bereiden kronen voor de hoofden van hun goden.~
32 6, 9 | goden, en brengen het door voor zichzelf;~
33 6, 11| kunnen zichzelf niet bewaren voor roest en mot.~
34 6, 17| 17 En gelijk voor iemand, die zich aan de
35 6, 18| en dat meer in getal dan voor zichzelf, waarvan zij geen
36 6, 24| 24 Zij zijn voor grote prijs gekocht, waar
37 6, 26| oprichten, maar gelijk als voor doden zo zet men hun gaven
38 6, 26| doden zo zet men hun gaven voor.~
39 6, 28| geen goden zijn, en vreest voor hen niet.~
40 6, 29| gouden, en houten goden offer voor zetten;~
41 6, 31| 31 Zij brullen, en roepen voor hun goden, gelijk sommigen
42 6, 53| hen, en bewaren niemand voor onrecht, dewijl zij onmachtig
43 6, 56| 56 Noch voor dieven, noch voor rovers,
44 6, 56| 56 Noch voor dieven, noch voor rovers, kunnen de houten
|