Chapter, Verse
1 1, 2 | vijfde jaar, de zevende dag der maand, op die tijd, in welke
2 1, 4 | boek kwam; en voor de oren der machtigen, en van de zonen
3 1, 4 | machtigen, en van de zonen der koningen; en voor de oren
4 1, 4 | koningen; en voor de oren der oudsten, en voor de oren
5 1, 8 | land Juda, op de tiende dag der Maand Sivan; namelijk de
6 1, 17| 17 Om der zonden wil, die wij voor
7 1, 21| gehoord, naar al de woorden der profeten, die hij tot ons
8 2, 6 | onze vaderen de schaamte der aangezichten, gelijk deze,
9 2, 17| zullen de Here de prijs der heerlijkheid en rechtvaardigheid
10 2, 18| zullen u, Here, de prijs der heerlijkheid en der gerechtigheid
11 2, 18| prijs der heerlijkheid en der gerechtigheid geven.~
12 2, 23| Jeruzalem ophoude de stem der vreugde, en de stem der
13 2, 23| der vreugde, en de stem der blijdschap, de stem van
14 2, 23| de bruidegom, en de stem der bruid, en het gehele land
15 3, 4 | Israël, hoor toch het gebed der gestorvenen van Israël,
16 3, 4 | gestorvenen van Israël, en der kinderen die voor u gezondigd
17 3, 10| Israël, dat gij in het land der vijanden zijt?~
18 3, 12| 12 Gij hebt de fontein der wijsheid verlaten.~
19 3, 14| leven is, waar het licht der ogen is, en vrede.~
20 3, 16| 16 Waar zijn de oversten der heidenen, en die heersen
21 3, 20| aarde gewoond, maar de weg der wetenschap hebben zij niet
22 3, 23| fakkeldichters en andere onderzoekers der wetenschap, maar de weg
23 3, 23| wetenschap, maar de weg der wijsheid hebben zij niet
24 3, 27| verkoren, noch hun de weg der kennis te verstaan gegeven.~
25 3, 37| 37 Hij heeft al de weg der wetenschap gevonden, en
26 4, 1 | DEZE wijsheid is het boek der geboden Gods, en de wet
27 4, 13| niet gewandeld op de weg der geboden Gods, en zijn niet
28 4, 13| niet gegaan op de paden der tuchtiging in zijn gerechtigheid.~
29 4, 21| het geweld, en uit de hand der vijanden.~
30 4, 22| toegekomen van de heilige; om der barmhartig heid wil, die
31 4, 23| blijdschap en vrolijkheid in der eeuwigheid.~
32 5, 2 | 2 Doe om de rok der gerechtigheid, die u door
33 5, 2 | zet op uw hoofd de tulband der heerlijkheid van de eeuwige.~
34 5, 4 | uw naam zal door God in der eeuwigheid genoemd worden,
35 5, 4 | genoemd worden, namelijk vrede der gerechtigheid en heerlijkheid,
36 5, 4 | gerechtigheid en heerlijkheid, lof der Godzaligheid.~
37 5, 5 | verzameld van de ondergang der zon tot de opgang, door
38 5, 7 | vervullen in gelijkheid der aarde; opdat Israël zeker
39 6, 1 | 1 OM der zonden wil waarmee gij gezondigd
40 6, 1 | Nabuchodonosor, de koning der Babyloniërs, naar Babel
41 6, 18| kunnen; want zij zijn als een der balken, die aan het huis
42 6, 19| van de kruipende dieren der aarde; en wanneer zij deze
43 6, 37| Zij ontfermen zich niet der weduwe, en doen geen goed
44 6, 43| weggerukt zijnde van iemand der genen die daar voorbijgaat,
|