Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
uitvoeren 2
uitwijst 2
ulieden 4
uw 43
uwentwil 1
uwer 4
vaderen 11
Frequency    [«  »]
44 der
44 voor
43 god
43 uw
41 here
41 u
39 zal

Het boek Baruch

IntraText - Concordances

uw

   Chapter, Verse
1 2, 11| gij God van Israël, die uw volk uit Egypteland geleid 2 2, 12| Here onze God, tegen al uw inzettingen.~ 3 2, 13| 13 Laat uw toorn van ons keren, want 4 2, 15| Israël en zijn geslacht naar uw naam genoemd wordt.~ 5 2, 16| 16 Here zie neder uit uw heilig huis, en gedenk aan 6 2, 16| aan ons, en neig, Here, uw oor, en hoor.~ 7 2, 17| 17 Doe uw ogen open Here, en zie, 8 2, 19| onze God, niet uit voor uw aangezicht, vanwege de rechtvaardigheid 9 2, 20| 20 Want gij hebt uw toorn en gramschap over 10 2, 21| Alzo spreekt de Here: Neigt uw schouder om de koning van 11 2, 21| zitten in het land dat ik uw vaderen gegeven heb.~ 12 2, 24| 24 Doch wij hebben uw stem niet gehoord, om de 13 2, 24| dienen; daarom hebt gij uw woorden bevestigd, die gij 14 2, 26| Gij hebt het huis, waarin uw naam was aangeroepen, gemaakt 15 2, 27| Here onze God, naar al uw billijkheid, en naar al 16 2, 27| billijkheid, en naar al uw grote barmhartigheid.~ 17 2, 28| hebt door de dienst van uw knecht Mozes, in die dag 18 2, 28| als gij hem bevolen hebt uw wet te schrijven voor de 19 3, 5 | vaderen, maar gedenk aan uw hand en aan uw naam te dezer 20 3, 5 | gedenk aan uw hand en aan uw naam te dezer tijd.~ 21 3, 7 | 7 Want daarom hebt gij uw vreze gegeven in onze harten, 22 3, 7 | onze harten, op dat wij uw naam zouden aanroepen, en 23 4, 3 | 3 Geef aan een ander uw heerlijkheid niet, noch 24 4, 22| ik heb nu van de eeuwige uw verlossing gehoopt, en mij 25 4, 24| nu de naburinnen van Sion uw gevangenis ge zien hebben, 26 4, 24| zo zullen zij haast zien uw verlossing door onze God, 27 4, 25| over u is gekomen, want uw vijand heeft u zeer vervolgd, 28 4, 28| 28 Want gelijk uw gedachte is geweest om van 29 4, 29| een eeuwige vreugde met uw verlossing.~ 30 4, 31| zich verheugd hebben over uw val.~ 31 4, 32| Onzalig zijn de steden, welke uw kinderen gediend hebben; 32 4, 32| hebben; onzalig de stad, die uw kinderen ontvangen heeft.~ 33 4, 33| zich verheugd heeft over uw val, en zich vervrolijkt 34 4, 33| zich vervrolijkt heeft over uw ongeval, zo zal zij zich 35 4, 37| 37 Zie, uw kinderen, die gij hebt uitgezonden, 36 5, 1 | JERUZALEM, doe het kleed van uw treuren en van uw verdriet 37 5, 1 | kleed van uw treuren en van uw verdriet uit, en doe aan 38 5, 2 | God gegeven is, en zet op uw hoofd de tulband der heerlijkheid 39 5, 3 | 3 Want God zal uw heerlijkheid tonen al het 40 5, 4 | 4 Want uw naam zal door God in der 41 5, 5 | naar het oosten; en zie uw kinderen verzameld van de 42 6, 5 | gaande ze aanbidt, zo zegt in uw gedachten: U moet men aanbidden, 43 6, 6 | engel is bij u, en hij zal uw zielen onderzoeken.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License