Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
tuchtiging 1
tulband 1
tussen 1
u 41
uit 16
uitgaan 1
uitgegaan 1
Frequency    [«  »]
43 god
43 uw
41 here
41 u
39 zal
36 op
35 over

Het boek Baruch

IntraText - Concordances

u

   Chapter, Verse
1 1, 10| zeiden: Ziet wij zenden u geld over; koopt met dit 2 1, 14| boek lezen, hetwelk wij tot u gezonden hebben, om in het 3 2, 11| en met hoge arm, en hebt u een naam gemaakt, gelijk 4 2, 18| die hongerig is, zullen u, Here, de prijs der heerlijkheid 5 3, 1 | beangste geest roept tot u.~ 6 3, 2 | genadig, want wij hebben voor u gezondigd.~ 7 3, 4 | en der kinderen die voor u gezondigd hebben, die de 8 3, 6 | onze God, en wij zullen u loven, Here.~ 9 3, 7 | aanroepen, en wij zullen u loven in onze vreemdelingschap, 10 3, 7 | onzer vaderen, die tegen u gezondigd hebben.~ 11 4, 2 | 2 Bekeer u, Jakob, en neem haar aan; 12 4, 3 | heerlijkheid niet, noch hetgeen u nuttig is, aan een vreemd 13 4, 7 | 7 Want gij hebt hem die u gemaakt heeft tot toorn 14 4, 8 | eeuwige God vergeten die u geteeld heeft, en gij hebt 15 4, 8 | hebt Jeruzalem bedroefd die u gevoedsterd heeft.~ 16 4, 9 | de toorn die van God over u komen zou, en heeft gezegd: 17 4, 18| Doch die dit kwaad over u gebracht heeft, zal u verlossen 18 4, 18| over u gebracht heeft, zal u verlossen uit de hand uwer 19 4, 21| roept tot God, en hij zal u verlossen uit het geweld, 20 4, 23| treuren en wenen, maar God zal u mij wedergeven met blijdschap 21 4, 24| verlossing door onze God, die u over u komen zal, met grote 22 4, 24| door onze God, die u over u komen zal, met grote heerlijkheid 23 4, 25| toorn, die van God over u is gekomen, want uw vijand 24 4, 25| gekomen, want uw vijand heeft u zeer vervolgd, maar gij 25 4, 27| tot God, want die dit over u gebracht heeft zal uwer 26 4, 29| Want die dit kwaad over u gebracht heeft, zal over 27 4, 29| gebracht heeft, zal over u brengen een eeuwige vreugde 28 4, 30| Jeruzalem, want hij die u genoemd heeft, zal u vertroosten.~ 29 4, 30| die u genoemd heeft, zal u vertroosten.~ 30 4, 31| 31 Onzalig zijn zij, die u het kwaad aangedaan hebben, 31 4, 36| 36 Zie om u, Jeruzalem tegen de opgang, 32 4, 36| opgang, en zie de vreugde die u van God komt.~ 33 5, 1 | aan het versiersel, dat u door Gods heerlijkheid gegeven 34 5, 2 | rok der gerechtigheid, die u door God gegeven is, en 35 5, 5 | weder op Jeruzalem, en zet u op de hoogte, en zie rond 36 5, 6 | 6 Want zij zijn van u uitgegaan, zij zijn te voet 37 5, 6 | God brengt die weder tot u in, opgenomen in heerlijkheid 38 6, 4 | 4 Ziet dan wel voor u, dat ook gij niet op enige 39 6, 4 | gelijk gemaakt wordt, en u een vrees voor hen bevange.~ 40 6, 5 | zo zegt in uw gedachten: U moet men aanbidden, Here.~ 41 6, 6 | 6 Want mijn engel is bij u, en hij zal uw zielen onderzoeken.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License