Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ook 22
oor 1
oosten 2
op 36
opdat 5
open 1
openbaar 1
Frequency    [«  »]
41 here
41 u
39 zal
36 op
35 over
35 te
34 ons

Het boek Baruch

IntraText - Concordances

op

   Chapter, Verse
1 1, 2 | de zevende dag der maand, op die tijd, in welke de Chaldeeën 2 1, 8 | brengen in het land Juda, op de tiende dag der Maand 3 1, 10| bereidt spijsoffer, en offert op het altaar van de Here onze 4 1, 11| gelijk de dagen des hemels op de aarde.~ 5 1, 13| van ons niet afgewend tot op deze dag.~ 6 1, 14| openlijk voor te lezen, op, de feestdag en op de dagen 7 1, 14| lezen, op, de feestdag en op de dagen des bekwamen tijds.~ 8 1, 19| 19 Van de dag af, op welke de Here onze vaderen 9 1, 19| Egypte land geleid heeft, tot op deze dag toe, zijn wij ongehoorzaam 10 1, 20| door Mozes, zijn knecht, op de dag, waarop hij onze 11 1, 20| melk en honig, gelijk het op deze dag is.~ 12 3, 7 | gegeven in onze harten, op dat wij uw naam zouden aanroepen, 13 3, 13| 13 Indien gij op de weg van God hadt gewandeld, 14 3, 14| sterkte is, waar vernuft is, op dat gij meteen moogt weten 15 3, 16| de wilde gedierten, die op aarde zijn?~ 16 3, 17| het goud, waar de mensen op betrou wen, en hun bezitting 17 3, 20| licht gezien, en hebben op de aarde gewoond, maar de 18 3, 23| doorzoeken de wetenschap wel op aarde, de kooplieden van 19 3, 37| geweest is. Daarna is zij op aarde gezien en heeft onder 20 4, 13| en hebben niet gewandeld op de weg der geboden Gods, 21 4, 13| Gods, en zijn niet gegaan op de paden der tuchtiging 22 4, 25| verderf zien, en gij zult op hun halzen treden.~ 23 5, 2 | door God gegeven is, en zet op uw hoofd de tulband der 24 5, 5 | 5 Sta weder op Jeruzalem, en zet u op de 25 5, 5 | weder op Jeruzalem, en zet u op de hoogte, en zie rond om 26 6, 3 | nu zult gij in Babylonië op de schouders zien dragen 27 6, 4 | voor u, dat ook gij niet op enige wijze de vreemden 28 6, 12| des huizes, dat zeer veel op hen is.~ 29 6, 21| 21 Op hun lichaam en op hun hoofd 30 6, 21| 21 Op hun lichaam en op hun hoofd vliegen de nachtuilen, 31 6, 25| voeten zijnde, draagt men hen op de schouders, ver tonende 32 6, 26| zij, indien zij mogelijk op de aarde vallen, van zichzelf 33 6, 42| biezenbanden omgord, zitten op de wegen, om rookwerk van 34 6, 68| 68 Op geen wijze dan is het ons 35 6, 69| vergulde en verzilverde goden; op dezelfde wijze zijn zij 36 6, 69| waar allerlei gevogelte op zit.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License