Chapter, Verse
1 1, 10| Ziet wij zenden u geld over; koopt met dit geld brandoffer,
2 2, 1 | woord bevestigd, dat hij over ons gesproken had, en over
3 2, 1 | over ons gesproken had, en over onze rechters, die Israël
4 2, 1 | Israël gericht hebben, en over onze koningen, en over onze
5 2, 1 | en over onze koningen, en over onze oversten, en over de
6 2, 1 | en over onze oversten, en over de mannen van Israël en
7 2, 2 | 2 Dat hij over ons grote ellende liet komen,
8 2, 7 | 7 Al wat de Here over ons gesproken heeft, dat
9 2, 7 | gesproken heeft, dat kwaad is over ons gekomen.~
10 2, 9 | straffen, en de Here heeft die over ons gebracht, want de Here
11 2, 13| want wij zijn weinigen over gebleven onder de heidenen,
12 2, 20| hebt uw toorn en gramschap over ons gebracht, gelijk als
13 3, 16| heidenen, en die heersen over de wilde gedierten, die
14 3, 30| 30 Wie is getogen over de zee, en heeft haar gevonden,
15 4, 9 | gezien de toorn die van God over u komen zou, en heeft gezegd:
16 4, 9 | want God heeft groot leed over mij gebracht.~
17 4, 10| dochteren, welke de eeuwige over hen gebracht heeft.~
18 4, 12| 12 Niemand verblijde zich over mij, die een weduwe en van
19 4, 14| dochters, die de eeuwige over hen heeft gebracht.~
20 4, 15| 15 Want hij heeft over hen gebracht een volk van
21 4, 18| 18 Doch die dit kwaad over u gebracht heeft, zal u
22 4, 24| verlossing door onze God, die u over u komen zal, met grote heerlijkheid
23 4, 25| geduldig de toorn, die van God over u is gekomen, want uw vijand
24 4, 27| roept tot God, want die dit over u gebracht heeft zal uwer
25 4, 29| 29 Want die dit kwaad over u gebracht heeft, zal over
26 4, 29| over u gebracht heeft, zal over u brengen een eeuwige vreugde
27 4, 31| die zich verheugd hebben over uw val.~
28 4, 33| zij zich verheugd heeft over uw val, en zich vervrolijkt
29 4, 33| en zich vervrolijkt heeft over uw ongeval, zo zal zij zich
30 4, 33| zo zal zij zich bedroeven over haar eigen verwoesting.~
31 4, 35| 35 Want een vuur zal over haar uitgaan van de eeuwige,
32 4, 37| heiligen, en verheugen zich over de heerlijkheid Gods.~
33 6, 31| sommigen in de maaltijden over de doden.~
34 6, 48| krijg of een ander kwaad over hen komt, zo beraadslagen
35 6, 61| is dat zij zullen drijven over de gehele wereld, volbrengen
|