Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hem 13
hemel 5
hemels 2
hen 33
here 41
heren 10
het 92
Frequency    [«  »]
35 over
35 te
34 ons
33 hen
32 goden
32 onze
32 tot

Het boek Baruch

IntraText - Concordances

hen

   Chapter, Verse
1 1, 12| Balthazar, zijn zoon, en zullen hen vele dagen dienen, en genade 2 1, 12| dagen dienen, en genade voor hen vinden.~ 3 2, 4 | 4 Hij heeft hen overgegeven om knechten 4 2, 4 | rondom ons zijn, waaronder hen de Here verstrooid heeft.~ 5 2, 29| de heidenen, waarheen ik hen verstrooien zal.~ 6 2, 34| 34 En ik zal hen doen wederkeren in het land 7 2, 34| daarover heersen, en ik zal hen vermenigvuldigen, en zij 8 4, 10| dochteren, welke de eeuwige over hen gebracht heeft.~ 9 4, 11| 11 Want ik heb hen opgevoed met vreugde, maar 10 4, 11| met vreugde, maar ik heb hen heengezonden met wenen en 11 4, 14| dochters, die de eeuwige over hen heeft gebracht.~ 12 4, 15| 15 Want hij heeft over hen gebracht een volk van verre, 13 6, 4 | wordt, en u een vrees voor hen bevange.~ 14 6, 5 | een schaar voor en achter hen gaande ze aanbidt, zo zegt 15 6, 12| huizes, dat zeer veel op hen is.~ 16 6, 15| 15 Zo vreest hen dan niet, want gelijk een 17 6, 22| geen goden zijn, zo vreest hen dan niet.~ 18 6, 23| afwist van het goud, dat om hen hangt tot versiering, zo 19 6, 25| voeten zijnde, draagt men hen op de schouders, ver tonende 20 6, 26| 26 Die hen dienen worden ook beschaamd, 21 6, 26| zullen bewegen; en zo men hen nederlegt, zij zich niet 22 6, 28| goden zijn, en vreest voor hen niet.~ 23 6, 38| gebergten houwt; maar die hen dienen zullen beschaamd 24 6, 39| 39 Hoe zal men hen dan goden achten of heten?~ 25 6, 44| 44 Alles wat onder hen geschiedt is leugen, hoe 26 6, 44| geschiedt is leugen, hoe zal men hen dan goden achten of heten?~ 27 6, 46| 46 En zijzelf, die hen gemaakt hebben, leven geen 28 6, 46| deze goden zijn die door hen gemaakt zijn?~ 29 6, 48| of een ander kwaad over hen komt, zo beraadslagen de 30 6, 50| en dat geen werk Gods in hen is.~ 31 6, 53| houden geen gericht onder hen, en bewaren niemand voor 32 6, 57| 57 Want de sterken onder hen halen rondom deze af het 33 6, 64| geen goden zijn, zo vreest hen niet.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License