Chapter, Verse
1 1, 12| ogen ver lichten, en wij zullen leven onder de schaduw van
2 1, 12| Balthazar, zijn zoon, en zullen hen vele dagen dienen, en
3 2, 17| ingewanden weggenomen is, zullen de Here de prijs der heerlijkheid
4 2, 18| de ziel die hongerig is, zullen u, Here, de prijs der heerlijkheid
5 2, 30| ik weet dat zij mij niet zullen horen, dewijl het een hardnekkig
6 2, 31| 31 Maar zij zullen tot zichzelf inkeren in
7 2, 31| hunner weg voering, en zij zullen erkennen, dat ik de Here
8 2, 32| 32 Zij zullen mij prijzen in het land
9 2, 32| land hunner wegvoering, en zullen mijns naams gedenken.~
10 2, 33| 33 En zij zullen zich bekeren van hun hardnekkigheid,
11 2, 33| hun boze werken, want zij zullen gedenken aan de weg hunner
12 2, 34| Jakob gezworen heb, en zij zullen daarover heersen, en ik
13 2, 34| vermenigvuldigen, en zij zullen niet verminderen.~
14 2, 35| zijn tot een God, en zij zullen mij zijn tot een volk; en
15 3, 6 | de Here onze God, en wij zullen u loven, Here.~
16 3, 7 | zouden aanroepen, en wij zullen u loven in onze vreemdelingschap,
17 4, 1 | maar die haar verlaten zullen sterven.~
18 4, 24| gevangenis ge zien hebben, zo zullen zij haast zien uw verlossing
19 5, 8 | alle welriekende bomen, zullen Israël beschaduwen, door
20 6, 23| hangt tot versiering, zo zullen zij niet blinken, en zij
21 6, 26| ze opricht, zij zich niet zullen bewegen; en zo men hen nederlegt,
22 6, 26| nederlegt, zij zich niet zullen oprichten, maar gelijk als
23 6, 35| 35 Zij zullen een mens van de dood niet
24 6, 36| 36 Zij zullen een blinde niet weder tot
25 6, 38| houwt; maar die hen dienen zullen beschaamd worden.~
26 6, 46| leven geen lange tijd, hoe zullen dan deze goden zijn die
27 6, 48| met hun goden verbergen zullen.~
28 6, 54| en verzilverde goden, zo zullen hun priesters wel kunnen
29 6, 54| ontvlieden en ontkomen, maar zij zullen als balken midden daarin
30 6, 61| door God bevolen is dat zij zullen drijven over de gehele wereld,
31 6, 71| hebben, en dat verrot; zij zullen ook zelf eindelijk opgegeten
32 6, 71| worden van de wormen; en zij zullen een spot worden in het land.~
|