Chapter, Verse
1 1, 10| op het altaar van de Here onze God.~
2 1, 12| ons sterkte geven, en zal onze ogen ver lichten, en wij
3 1, 13| ook voor ons, tot de Here onze God, want wij hebben tegen
4 1, 13| wij hebben tegen de Here onze God gezondigd, en des Heren
5 1, 15| spreekt aldus: Bij de Here onze God is gerechtigheid, maar
6 1, 16| 16 En onze koningen, en onze oversten,
7 1, 16| 16 En onze koningen, en onze oversten, en onze priesters,
8 1, 16| koningen, en onze oversten, en onze priesters, en onze profeten,
9 1, 16| oversten, en onze priesters, en onze profeten, en onze vaders;~
10 1, 16| priesters, en onze profeten, en onze vaders;~
11 1, 19| dag af, op welke de Here onze vaderen uit Egypte land
12 1, 19| ongehoorzaam geweest tegen de Here onze God, en zijn snel geweest
13 1, 20| knecht, op de dag, waarop hij onze vaderen uitgeleid heeft
14 2, 1 | ons gesproken had, en over onze rechters, die Israël gericht
15 2, 1 | gericht hebben, en over onze koningen, en over onze oversten,
16 2, 1 | over onze koningen, en over onze oversten, en over de mannen
17 2, 5 | verzondigd hebben aan de Here onze God, zodat wij zijn stem
18 2, 6 | 6 Bij de Here onze God is de rechtvaardigheid,
19 2, 6 | rechtvaardigheid, maar bij ons en onze vaderen de schaamte der
20 2, 12| ben onrecht gedaan, Here onze God, tegen al uw inzettingen.~
21 2, 14| Verhoor, Here, ons gebed en onze smeking, en trek ons hieruit
22 2, 15| aardbodem wete, dat gij de Here onze God zijt, en dat Israël
23 2, 19| erbarmelijk gebed, o Here onze God, niet uit voor uw aangezicht,
24 2, 27| hebt met ons gedaan, Here onze God, naar al uw billijkheid,
25 3, 6 | 6 Want gij zijt de Here onze God, en wij zullen u loven,
26 3, 7 | gij uw vreze gegeven in onze harten, op dat wij uw naam
27 3, 7 | en wij zullen u loven in onze vreemdelingschap, en wij
28 3, 8 | 8 Zie, wij zijn heden in onze vreemdelingschap waarheen
29 3, 8 | vaderen, die van de Here onze God afgeweken zijn.~
30 3, 36| 36 Deze is onze God, en geen ander is tegen
31 4, 22| ulieden haastig zal komen van onze eeuwige ver losser.~
32 4, 24| zien uw verlossing door onze God, die u over u komen
|