Chapter, Verse
1 1, 2 | Jeruzalem ingenomen, en het met vuur verbrand hebben.~
2 1, 7 | en aan al het volk, dat met hem te Jeruzalem gevonden
3 1, 10| zenden u geld over; koopt met dit geld brandoffer, en
4 2, 11| uit Egypteland geleid hebt met sterke hand, en met tekenen,
5 2, 11| hebt met sterke hand, en met tekenen, en met wonderen,
6 2, 11| hand, en met tekenen, en met wonderen, en met grote kracht,
7 2, 11| tekenen, en met wonderen, en met grote kracht, en met hoge
8 2, 11| en met grote kracht, en met hoge arm, en hebt u een
9 2, 27| 27 Gij hebt met ons gedaan, Here onze God,
10 3, 11| doden, gij zijt gerekend met degenen, die in het graf
11 3, 13| gewandeld, gij zoudt eeuwig met vrede gewoond hebben.~
12 3, 17| 17 Die spotten met de vogelen des hemels, en
13 3, 32| tijd, die ze vervuld heeft met viervoetige gedierten.~
14 3, 33| en het is hem gehoorzaam met beven.~
15 3, 35| hier; zij hebben geschenen met vrolijkheid voor hem, die
16 4, 11| Want ik heb hen opgevoed met vreugde, maar ik heb hen
17 4, 11| ik heb hen heengezonden met wenen en rouw.~
18 4, 23| heb ulieden uitgezonden met treuren en wenen, maar God
19 4, 23| God zal u mij wedergeven met blijdschap en vrolijkheid
20 4, 24| die u over u komen zal, met grote heerlijkheid en glans
21 4, 29| brengen een eeuwige vreugde met uw verlossing.~
22 5, 9 | God zal Israël uitvoeren met vreugde door het licht zijner
23 5, 9 | licht zijner heerlijkheid, met barmhartigheid en gerechtigheid,
24 6, 2 | van daar weder uitvoeren met vrede.~
25 6, 7 | gesneden, en zij zijn rondom met goud en zilver versierd,
26 6, 10| gouden en houten goden, met klederen als mensen.~
27 6, 12| Wanneer zij bekleed zijn met een purperkleed, zo veegt
28 6, 17| de priesters hun tempels met deuren, sloten en grendels,
29 6, 42| 42 Nu de vrouwen met biezenbanden omgord, zitten
30 6, 48| elkander, hoe zij zich te zamen met hun goden verbergen zullen.~
|