Chapter, Verse
1 1, 20| 20 En daar vielen vele gewonden, en
2 1, 26| 26 En daar geschiedde grote rouw in
3 1, 37| bijeengebracht hebbende, stelden die daar; en zij werden tot een grote
4 2, 7 | der heilige stad, en om daar te zitten, daar ze overgegeven
5 2, 7 | stad, en om daar te zitten, daar ze overgegeven is in de
6 2, 15| 15 En daar kwamen enigen van des konings
7 2, 16| Mattathias en zijn zonen werden daar ook gebracht.~
8 2, 17| die van des konings wege daar waren, antwoordden en spraken
9 2, 30| 30 Om zich daar neder te zetten, zij en
10 2, 41| op die dag, zeggende: Zo daar enig mens zal komen tegen
11 3, 18| handen van weinigen, en daar is geen onderscheid voor
12 3, 45| 45 En daar Jeruzalem onbewoond was
13 3, 45| was als een woestijn, en daar niemand van degenen, die
14 3, 45| niemand van degenen, die daar geboren waren, in ging of
15 3, 45| burcht waren, en de heidenen daar hun woonplaats hadden, en
16 3, 49| 49 En zij brachten daar de klederen des priesterdoms,
17 4, 34| zij op elkander aan, en daar bleven van het leger van
18 4, 45| niet tot smaadheid worde, daar de heidenen dat besmet hadden,
19 4, 57| der priesters, en maakten daar deuren aan.~
20 4, 58| 58 En daar was een zeer grote vreugde
21 4, 61| 61 En zij zetten daar krijgsvolk in, om ze te
22 5, 1 | geschiedde, als de heidenen daar rondom hoorden dat het altaar
23 5, 6 | kinderen van Ammon, en hij vond daar een grote macht, en veel
24 5, 12| verlost ons van hun hand, want daar is al een menigte van ons
25 5, 13| hun huisraad, en hebben daar vernield omtrent duizend
26 5, 16| woorden hoorden, zo werd daar vergaderd een grote vergadering
27 5, 17| broeders te verlossen, die daar in Galilea zijn; doch ik
28 5, 22| 22 En daar vielen van de heidenen tot
29 5, 29| 29 En hij vertrok van daar des nachts, en trok alsof
30 5, 30| hun ogen opsloegen, ziet daar was veel volk, dat men niet
31 5, 60| landpalen van Judea; en daar vielen op die dag van het
32 5, 60| tot tweeduizend man, en daar werd een grote vlucht onder
33 5, 61| 61 Daar zij niet hoorden naar Judas
34 5, 67| priesters in de strijd, daar zij een mannelijke daad
35 6, 2 | was, zeer rijk was; en dat daar gouden bedekselen, en pantsers,
36 6, 2 | geregeerd onder de Grieken, daar gelaten had;~
37 6, 5 | 5 En daar kwam een die hem boodschapte
38 6, 9 | 9 En hij was daar vele dagen, omdat over hem
39 6, 36| 36 Deze waren altijd daar, waar het beest was, en
40 6, 36| beest was, en waar het ging, daar gingen zij mee, en weken
41 6, 42| naderden om te slaan, en daar vielen van des konings leger
42 6, 46| aarde op hem, zodat hij daar stierf.~
43 6, 49| uit de stad, dewijl zij daar geen leeftocht meer hadden,
44 6, 50| nam Bethsura in, en stelde daar een bezetting om ze te bewaren.~
45 6, 51| vele dagen, en hij stelde daar stormgereedschap en instrumenten
46 6, 54| 54 En daar waren weinig mannen over
47 6, 63| naar Antiochië, en hij vond daar Filippus, die over de stad
48 7, 1 | zee gelegen en regeerde daar als koning.~
49 7, 7 | die gij vertrouwt, die daar heenreizende, beziet al
50 7, 18| volk, zodat zij zeiden: Daar is geen waarheid, noch recht
51 7, 32| 32 En daar vielen aan de zijde van
52 7, 33| op naar de berg Sion, en daar gingen enigen van de priesters
53 7, 46| allen door het zwaard, en daar werd van hen niet één overgelaten.~
54 8, 3 | zilver en van goud, dat daar is, en dat zij alle plaatsen
55 8, 22| Jeruzalem zonden, om hen daar te zijn een gedenkteken
56 8, 30| zij daarbij zullen doen of daar afdoen, dat zal bondig wezen.~
57 9, 17| strijd werd geweldig, en daar vielen vele gekwetsten aan
58 9, 24| 24 In die dagen werd daar een zeer grote hongersnood,
59 9, 27| 27 Daar was in Israël een zo grote
60 9, 39| opslaande, zagen zij, en ziet daar kwam een gedruis, en grote
61 9, 45| moeras en kreupelbos, en daar is geen plaats om te ontwijken.~
62 9, 62| en hij bouwde op hetgeen daar afgebroken was, en maakte
63 10, 1 | ontvingen hem, en hij regeerde daar als koning.~
64 10, 61| 61 En daar vergaderden tegen hem enige
65 10, 71| vlakke veld, en laat ons daar met elkander strijden, want
66 10, 72| zullen kunnen vaststaan; daar uw vaderen tweemaal op de
67 10, 78| trok naar Azote, alsof hij daar door wilde reizen, en meteen
68 10, 83| tempel van hun afgod, om daar behouden te zijn.~
69 11, 1 | veel krijgsvolk, gelijk daar is het zand aan de oever
70 11, 2 | en gingen hem tegemoet, daar het bevel van de koning
71 11, 16| vlood naar Arabië, opdat hij daar mocht beschermd zijn. Doch
72 11, 37| hem in stilte was, en dat daar niets was dat zich tegen
73 11, 38| 38 En daar was een zekere Tryfon onder
74 11, 39| vijandig was, en hij bleef daar vele dagen.~
75 11, 69| waren, namen de vlucht, en daar was niet een van dezen bij
76 11, 72| toe, en zij legerden zich daar.~
77 11, 73| 73 En daar vielen van de vreemden op
78 12, 7 | 7 Daar ook tevoren brieven zijn
79 12, 8 | 8 En daar Onias de man, die daarmee
80 12, 10| zouden vervreemd worden; want daar is een lange tijd tussen
81 12, 21| 21 Daar is in de schriften gevonden,
82 12, 34| Demetrius hielden, zo stelde hij daar een bezetting in, om ze
83 12, 42| En Tryfon ziende dat hij daar met een grote krijgsmacht
84 12, 44| al dit volk zo gekweld, daar tussen ons geen oorlog is
85 13, 6 | uw vrouwen en kinderen; daar al de heidenen tezamen gekomen
86 13, 23| hij Jonathan, en hij werd daar begraven.~
87 13, 44| sprongen uit in de stad, en daar geschiedde een grote beroerte
88 13, 53| burcht was, en hij ging daar wonen met al de zijnen.~
89 14, 34| hadden gewoond, en hij stelde daar Joden om te wonen, en al
90 14, 41| zijn in eeuwigheid, totdat daar een getrouw profeet zou
91 14, 45| 45 Zo daar nu iemand tegen deze dingen
92 15, 14| ter zee, en liet niemand daar uit of in trekken.~
93 16, 8 | op de vlucht geslagen, en daar vielen van hen vele gewonden,
94 16, 15| grote maaltijd, en verborg daar mannen.~
|