Chapter, Verse
1 1, 53| 53 Zo wie niet zou doen naar dit
2 1, 61| het boek des verbonds, en zo iemand de wet toestond,
3 1, 62| 62 Zo deden zij aan Israël, aan
4 2, 20| 20 Zo zullen ik en mijn zonen
5 2, 23| deze woorden te spreken, zo kwam een Joodse man, om
6 2, 40| leven en voor onze rechten, zo zouden zij ons nu haastig
7 2, 41| raad op die dag, zeggende: Zo daar enig mens zal komen
8 2, 46| kinderkens die onbesneden waren, zo velen zij vonden in de landpalen
9 2, 61| 61 En overdenkt zo van geslacht tot geslacht,
10 3, 17| Judas: Hoe zullen wij, die zo weinigen zijn, kunnen strijden
11 3, 23| hij ophield met spreken, zo viel hij terstond op hen
12 3, 31| 31 Zo is hij in zijn ziel zeer
13 3, 42| verderven en te vernielen, zo zeide een ieder tot zijn
14 3, 46| 46 Zo zijn zij vergaderd en gekomen
15 3, 53| bestaan voor hun aangezicht, zo gij ons niet helpt?~
16 3, 57| 57 En zo is het leger opgebroken,
17 3, 60| God in de hemel zal zijn, zo doe hij met ons.~ ~
18 4, 6 | 6 En zo haast het dag was, is Judas
19 4, 6 | geen deksels noch zwaarden, zo zij gaarne wilden.~
20 4, 8 | 8 Zo zeide Judas tot de mannen
21 4, 19| nog voleindde te zeggen, zo openbaarde zich een deel
22 4, 22| 22 Zo zijn allen gevloden naar
23 4, 26| 26 En zo velen als er uit de vreemdelingen
24 4, 45| 45 Zo is hun een goede raad ingevallen,
25 5, 16| volk deze woorden hoorden, zo werd daar vergaderd een
26 5, 40| eerst zal overkomen tot ons, zo zullen wij tegen hem niet
27 5, 41| opslaan over de rivier, zo zullen wij overtrekken tot
28 5, 42| de beek des waters kwam, zo stelde hij de schrijvers
29 5, 47| 47 Zo sloten die van de stad hen
30 6, 3 | 3 Zo is hij gekomen zoekende
31 6, 19| 19 Zo nam Judas zich voor deze
32 6, 27| hun niet haastig voorkomt, zo zullen zij nog meerdere
33 6, 33| verdeeld zijnde om te vechten, zo bliezen zij de trompetten.~
34 6, 57| 57 Zo hebben zij zich zeer gehaast
35 7, 25| niet zou kunnen tegenstaan, zo keerde hij weder tot de
36 7, 35| overgeleverd in mijn handen, zo zal het geschieden, indien
37 7, 41| waren, lasterlijk spraken, zo is uw engel uitgegaan, en
38 7, 44| zag dat Nicanor dood was, zo wierpen zij hun wapenen
39 7, 49| bepaalden dat die dag alle jaren zo zou gehouden worden, de
40 8, 10| hadden gezonden, en hen zo hadden bestreden, dat vele
41 8, 12| vriendschap hielden, en dat zij zo alle koninkrijken, die nabij,
42 8, 25| 25 Zo zal het volk der Joden met
43 8, 26| schepen geven noch bestellen; zo heeft de Romeinen goedgedacht,
44 8, 27| 27 En volgens deze, zo het volk der Joden eerst
45 8, 27| oorlog zou mogen overkomen, zo zullen de Romeinen hen in
46 8, 28| noch geld, noch schepen; zo heeft het de stad Rome goed
47 8, 30| daarbij doen of afdoen, zo zullen zij dat doen mogen
48 8, 32| verzoeken tot hulp tegen u, zo zullen wij hun recht doen,
49 9, 1 | de oorlog gevoerd hadden, zo voer hij voort Bacchides
50 9, 9 | tegen hen strijden, wij die zo weinig zijn?~
51 9, 10| ik voor hen zou vlieden; zo onze tijd nabij gekomen
52 9, 27| 27 Daar was in Israël een zo grote verdrukking, als er
53 9, 41| 41 En zo werd de bruiloft veranderd
54 9, 63| Als Bacchides dat vernam, zo vergaderde hij al zijn menigte,
55 9, 67| 67 Zo is Simon, en die met hem
56 9, 73| 73 En zo rustte het zwaard in Israël;
57 10, 16| 16 Zo zeide hij: Zouden wij ook
58 10, 50| de ondergang der zon toe, zo viel Demetrius op die dag.~
59 10, 64| purperen kleed was aangedaan, zo vloden zij allen.~
60 10, 73| tegen de ruiterij, en een zo grote krijgsmacht, in dit
61 10, 74| woorden van Apollonius hoorde, zo werd hij ontroerd in zijn
62 11, 4 | toen hij nabij Azote kwam, zo toonden zij hem de tempel
63 11, 34| inkomsten, die ons toebehoren, zo van tienden als van tollen,
64 11, 36| 36 Zo bezorg dan nu dat een afschrift
65 11, 37| dat zich tegen hem stelde, zo heeft hij al zijn krijgsvolk
66 11, 41| verheerlijken, en ook uw volk, zo wanneer ik goede gelegenheid
67 11, 50| Joden bekwamen grote eer, zo bij de koning als bij allen
68 12, 10| 10 Zo hebben wij nochtans ons
69 12, 11| ophouden uwer gedenken, zo op onze feestdagen, als
70 12, 16| 16 Zo hebben wij dan verkoren
71 12, 22| dingen verstaan hebben, zo zult gij wel doen, dat gij
72 12, 26| boodschapten hem, dat zij het zo geschikt hadden, om hen
73 12, 34| het met Demetrius hielden, zo stelde hij daar een bezetting
74 12, 40| tegen hem oorlog zou voeren, zo zocht hij middelen om hem
75 12, 44| Waarom hebt gij al dit volk zo gekweld, daar tussen ons
76 12, 50| was, en die met hem waren, zo vermaanden zij elkander,
77 13, 18| kinderen niet gezonden heeft, zo is zijn broeder omgekomen.~
78 13, 39| die gij schuldig zijt; en zo er iets anders is te Jeruzalem,
79 13, 40| 40 En zo er enigen onder u zijn bekwaam
80 13, 47| waarin afgoden waren, en zo trok hij in de stad, Gode
81 13, 51| lofzangen en liederen, dat een zo groot vijand uit Israël
82 14, 16| dat Jonathan dood was, zo zijn zij zeer bedroefd geworden.~
83 14, 32| 32 Zo is dan Simon opgestaan,
84 14, 45| 45 Zo daar nu iemand tegen deze
85 15, 3 | vader bemachtigd hebben, zo heb ik voorgenomen het weder
86 15, 9 | zullen bevestigd hebben, zo zullen wij u, en uw volk,
87 15, 19| 19 Zo heeft ons dan goedgedacht
88 15, 25| geweld, en hij besloot Tryfon zo, dat niemand uit of in kon
89 15, 31| 31 Zo niet, geef in plaats van
90 15, 31| andere vijfhonderd talenten. Zo niet, zo zullen wij komen
91 15, 31| vijfhonderd talenten. Zo niet, zo zullen wij komen en u de
92 16, 17| 17 En beging zo grote ontrouw en vergold
|