Chapter, Verse
1 1, 17| hij ook voor te heersen over Egypte, om koning te zijn
2 1, 17| Egypte, om koning te zijn over twee koninkrijken.~
3 1, 29| 29 En het land beefde over degenen die het bewoonden,
4 1, 30| zond de koning de oversten over de schattingen in de steden
5 1, 54| heeft opzieners gemaakt over al het volk.~
6 1, 68| des konings was zeer groot over Israël.~
7 2, 30| hun vee, omdat het kwaad over hen vermenigvuldigd was.~
8 2, 37| hemel en aarde getuigen over ons, dat gij ons ten onrechte
9 2, 39| hebben zeer grote rouw over hen gemaakt.~
10 2, 70| het ganse Israël maakte over hem zeer grote rouw.~ ~ ~
11 3, 15| dat hij wraak zou nemen over de kinderen Israëls.~
12 3, 32| van koninklijk geslacht, over de zaken des konings, van
13 3, 34| 34 En hij gaf hem over de helft van zijn krijgsmachten,
14 3, 37| honderdenzevenenveertig; en over de rivier Eufraat gegaan
15 3, 55| oversten des volks, oversten over duizend, en oversten over
16 3, 55| over duizend, en oversten over honderd, oversten over vijftig,
17 3, 55| oversten over honderd, oversten over vijftig, en oversten over
18 3, 55| over vijftig, en oversten over tien.~
19 4, 14| werden geslagen, en vloden over het vlakke veld.~
20 5, 19| beval hun, zeggende: Weest over dit volk, en begint de strijd
21 5, 24| Jonathan, zijn broeder, trokken over de Jordaan, en reisden de
22 5, 37| legerde zich tegenover Rafon over de beek.~
23 5, 39| hebben hun leger opgeslagen over de beek, en zijn gereed
24 5, 41| vrezen, en zijn leger opslaan over de rivier, zo zullen wij
25 5, 43| En hij was de eerste die over de beek tegen hen trok,
26 5, 52| ging door de stad boven over de gedoden. En vandaar trokken
27 5, 52| En vandaar trokken zij over de Jordaan in het grote
28 6, 9 | was daar vele dagen, omdat over hem de grote droefenis vernieuwd
29 6, 14| vrienden, en stelde hem over zijn ganse koninkrijk;~
30 6, 28| zijn krijgsvolk, en die over de ruiterij waren.~
31 6, 54| daar waren weinig mannen over in de heilige plaatsen,
32 6, 63| vond daar Filippus, die over de stad regeerde, en hij
33 7, 9 | gebood hem wraak te doen over de kinderen Israëls.~
34 7, 20| 20 En hij stelde Alcimus over het land, en hij liet bij
35 7, 24| Judea rondom, en deed wraak over al de mannen, die overgelopen
36 7, 38| 38 Doe toch wraak over deze mens, en over zijn
37 7, 38| wraak over deze mens, en over zijn leger, en laat hen
38 8, 16| zij een man vertrouwden om over hen te regeren voor een
39 8, 16| een jaar, en te heersen over al hun land; en dat zij
40 9, 20| hem en bedreef grote rouw over hem vele dagen, en zeiden:~
41 9, 34| met al zijn krijgsvolk over de Jordaan.~
42 9, 35| broeder, die overste was over de schare, om aan de Nabatheeën,
43 9, 42| En zij deden alzo wraak over het bloed van hun broeder,
44 9, 48| in de Jordaan, en zwemmen over, en zij gingen niet over
45 9, 48| over, en zij gingen niet over de Jordaan tegen hen.~
46 9, 55| woord meer spreken, noch over zijn huis enige bevelen
47 9, 69| werden toornig in hun gemoed over deze goddeloze mannen, die
48 9, 72| hij gaf hem de gevangenen over, die hij tevoren in het
49 10, 6 | burcht waren, gebood hij hem over te geven.~
50 10, 9 | waren gaven de gijzelaars over aan Jonathan, en hij gaf
51 10, 32| van de burcht te Jeruzalem over, en geef die aan de hogepriester,
52 10, 35| hen moeite aan te doen, over enigerlei zaak.~
53 10, 37| zullen ook gesteld worden over de zaak des koninkrijks,
54 10, 37| trouw in gelegen is; en die over dezelve zijn en hun oversten
55 10, 49| het, en kreeg de overhand over hen.~
56 10, 63| niemand hem moeite aandoe over enige zaak.~
57 10, 69| Demetrius stelde Apollonius, die over Celo-Syrië was gezet, en
58 11, 8 | heerschappij verkregen hebbende over de zeesteden tot Seleucië
59 11, 9 | en gij zult koning zijn over het koninkrijk van uw vader.~
60 11, 29| schreef aan Jonathan brieven over al deze dingen, zijnde van
61 11, 43| de koning werd verheugd over hun komst.~
62 11, 56| hogepriesterschap, en stel u over de vier streken, en dat
63 11, 59| Jonathan trok uit, en reisde over de rivier, door de steden,
64 12, 12| En wij verheugen ons ook over uw heerlijkheid.~
65 12, 30| niet, want zij waren al over de rivier Eleutherus getrokken.~
66 12, 45| krijgsmachten, en allen die over de inkomsten gesteld zijn,
67 13, 26| maakte een zeer grote rouw over hem, en beweende hem vele
68 13, 27| 27 En Simon bouwde over het graf van zijn vader,
69 13, 28| pyramiden, de ene recht over de andere, voor zijn vader,
70 13, 32| en bracht een grote plaag over het land.~
71 13, 37| schrijven aan degenen, die over de schattingen gesteld zijn,
72 13, 47| Simon liet zich bewegen over hen, en verdelgde hen niet,
73 13, 54| gesteld tot een veldoverste over al het krijgsvolk, en hij
74 14, 21| wij zijn verheugd geweest over hun komst.~
75 14, 42| gesteld zouden worden die over het land en over de wapenen
76 14, 42| worden die over het land en over de wapenen en over de sterkten
77 14, 42| land en over de wapenen en over de sterkten opzicht zouden
78 14, 47| Joden, en der priesters, en over allen te gebieden.~
79 15, 21| gevloden zijn, levert ze over aan Simon, de hogepriester,
80 15, 29| daarvan verwoest, en hebt over het land een grote plaag
81 15, 30| 30 Nu dan geeft weder over de steden, die gij ingenomen
82 16, 6 | zag dat het volk vreesde over de beek te trekken, trok
83 16, 6 | trekken, trok hij zelf eerst over en de mannen het ziende
84 16, 6 | mannen het ziende trokken ook over achter hem.~
85 16, 11| gesteld tot een overste over het vlakke land van Jericho,
86 16, 19| brieven aan de oversten over duizend, dat zij bij hem
|