Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
spruit 1
staande 1
staat 2
stad 83
stak 1
staken 2
statig 1
Frequency    [«  »]
90 wij
87 judas
86 over
83 stad
78 voor
75 zou
74 als

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

stad

   Chapter, Verse
1 1, 32| hij viel onvoorzien in de stad, en sloeg hen met een grote 2 1, 33| 33 En hij plunderde de stad, en verbrandde ze met vuur, 3 1, 35| 35 En zij bouwden de stad Davids op met een grote 4 1, 41| 41 En de stad werd een woonplaats van 5 1, 41| vreemdelingen, en werd een vreemde stad voor degenen, die in haar 6 1, 55| dat zij offeren zouden van stad tot stad.~ 7 1, 55| offeren zouden van stad tot stad.~ 8 2, 7 | de overlast der heilige stad, en om daar te zitten, daar 9 2, 15| des konings wege, in de stad Modin, die de lieden dwongen 10 2, 17| en een groot man in deze stad, en zeer sterk van zonen 11 2, 27| Mattathias riep uit in de stad met een grote stem, zeggende: 12 2, 28| al wat zij hadden in de stad.~ 13 2, 31| die te Jeruzalem in de stad van David waren, werd geboodschapt 14 3, 37| Antiochië, van zijn koninklijke stad, in het jaar honderdenzevenenveertig; 15 5, 28| Bosorra, met spoed, en nam de stad in, en doodde al wat mannelijk 16 5, 28| roof en verbrandde deze stad met vuur.~ 17 5, 31| aangevangen, en het geroep der stad ging op tot de hemel toe, 18 5, 44| 44 En zij namen de stad in, en zij staken het bos 19 5, 44| die daarin waren. En de stad Karnaïn werd omgekeerd, 20 5, 46| Efron toe (dit is, een grote stad op de ingang des lands, 21 5, 47| 47 Zo sloten die van de stad hen buiten,~ 22 5, 51| legerden zich, en bestreden de stad die gehele dag en de gehele 23 5, 51| en de gehele nacht, en de stad werd in zijn handen overgeleverd.~ 24 5, 52| des zwaards, en heeft de stad gans uitgeroeid, en plunderde 25 5, 52| haar en hij ging door de stad boven over de gedoden. En 26 5, 59| zijn mannen trokken uit de stad hun tegemoet, om tegen hen 27 6, 1 | Elimaïs, in Perzië, een stad was, vermaard van rijkdom, 28 6, 3 | hij gekomen zoekende de stad in te nemen, en ze te plunderen, 29 6, 3 | deze zaak de lieden van die stad bekend werd.~ 30 6, 7 | muren, en Bethsura, zijn stad.~ 31 6, 49| waren; en zij trokken uit de stad, dewijl zij daar geen leeftocht 32 6, 49| leeftocht meer hadden, om in de stad besloten te blijven, en 33 6, 63| daar Filippus, die over de stad regeerde, en hij krijgde 34 6, 63| krijgde tegen hem, en nam de stad in met geweld.~ ~ 35 7, 1 | met enige mannen, naar een stad aan de zee gelegen en regeerde 36 7, 32| mannen, en zij vloden in de stad Davids.~ 37 8, 28| schepen; zo heeft het de stad Rome goed gedacht, en zij 38 9, 52| 52 En hij maakte de stad van Bethsura sterk, en Gazara, 39 9, 62| afgebroken was, en maakte de stad sterk.~ 40 9, 65| zijn broeder Simon in de stad, en hij trok uit in het 41 9, 67| waren, uitgevallen uit de stad, en verbrandde de instrumenten 42 10, 10| Jeruzalem, en hij begon de stad op te bouwen, en te vernieuwen.~ 43 10, 39| 39 De stad Ptolomaïs, en het land daartoe 44 10, 63| hem in het midden van de stad, en laat hem uitroepen, 45 10, 75| en zij sloten hem uit de stad, omdat de bezetting van 46 10, 76| 76 En die van de stad, vrezende, deden open en 47 10, 86| tegen Askalon, en die van de stad gingen uit hem tegemoet 48 10, 89| worden, en hij gaf hem de stad Accaron met al haar landpalen 49 11, 3 | kwam, stelde hij in iedere stad krijgsvolk tot bezetting.~ 50 11, 44| 44 En die van de stad vergaderden in het midden 51 11, 44| vergaderden in het midden van de stad, omtrent honderdentwintigduizend 52 11, 45| koninklijke hof, en die van de stad namen de toegangen der stad 53 11, 45| stad namen de toegangen der stad in, en begonnen hem te bestrijden.~ 54 11, 46| verstrooiden zich door de stad.~ 55 11, 47| 47 En zij doodden in de stad op die dag honderdduizend 56 11, 47| honderdduizend man, en staken de stad in brand, en zij kregen 57 11, 48| 48 En die van de stad ziende dat de Joden de stad 58 11, 48| stad ziende dat de Joden de stad bemachtigd hadden, gelijk 59 11, 49| Joden ophouden ons en de stad te bestrijden.~ 60 11, 55| beesten, en bemachtigde de stad van Antiochië.~ 61 11, 59| tot Askalon, en die van de stad kwamen hem zeer statig tegemoet.~ 62 11, 64| Bethsura, en hij bestormde de stad vele dagen, en hield haar 63 11, 65| verdreef hen vandaar, en nam de stad in, en bestelde bezetting 64 12, 36| midden tussen de burcht en de stad, om die van de stad te scheiden, 65 12, 36| en de stad, om die van de stad te scheiden, dat hij alleen 66 12, 37| En zij vergaderden om de stad op te bouwen, en hij kwam 67 12, 45| en ik zal u overgeven die stad en al de andere sterkten, 68 13, 10| bouwen, en hij versterkte de stad rondom.~ 69 13, 25| begroeven hem te Modin, de stad zijner vaderen.~ 70 13, 43| Gaza, en hij belegerde de stad rondom, en hij maakte een 71 13, 43| stormtoren, en bracht die aan de stad, en brak daarmee een toren, 72 13, 44| waren sprongen uit in de stad, en daar geschiedde een 73 13, 44| een grote beroerte in de stad.~ 74 13, 45| 45 En die van de stad kwamen op de muren met vrouwen 75 13, 47| niet, maar wierp hen uit de stad; en hij zuiverde de huizen 76 13, 47| waren, en zo trok hij in de stad, Gode lofzingende en dankende.~ 77 14, 20| 20 De overste en de stad der Spartiaten wensen Simon, 78 14, 36| weggedaan zijn, en die in de stad Davids waren te Jeruzalem; 79 14, 37| verzekering van het land en van de stad, en hij trok de muren van 80 15, 11| vluchtende te Dora, een stad aan de zee.~ 81 15, 14| 14 En hij omsingelde de stad, en voegde schepen uit de 82 15, 14| te zamen, en benauwde de stad te land en ter zee, en liet 83 16, 10| Azote waren; en hij stak de stad met vuur in brand, en van


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License