Chapter, Verse
1 1, 6 | wetende dat hij sterven zou,~
2 1, 44| dat een ieder zijn wetten zou verlaten.~
3 1, 53| 53 Zo wie niet zou doen naar dit woord des
4 1, 53| dit woord des konings, die zou moeten sterven.~
5 2, 49| naderden dat Mattathias zou sterven, zeide hij tot zijn
6 3, 15| te helpen, dat hij wraak zou nemen over de kinderen Israëls.~
7 3, 30| vrezende dat bij niet genoeg zou hebben, om nog eens of tweemaal
8 3, 33| op te voeden, totdat hij zou wederkeren.~
9 3, 35| 35 Dat hij het krijgsvolk zou zenden tegen hen, om de
10 3, 36| dat hij vreemde kinderen zou doen wonen in al hun landpalen,
11 3, 36| hij hun land door het lot zou uitgeven.~
12 3, 56| waren, dat een ieder dezer zou wederkeren naar zijn huis,
13 4, 41| totdat hij het heiligdom zou gereinigd hebben.~
14 4, 46| plaats, totdat er een profeet zou komen, om te antwoorden
15 4, 46| antwoorden wat men met deze doen zou.~
16 4, 61| opdat het volk een sterkte zou hebben tegen Idumeä.~ ~
17 5, 51| gebood dat men in het leger zou uitroepen, dat een ieder
18 5, 51| uitroepen, dat een ieder zich zou legeren in de plaats waar
19 6, 9 | werd, en hij meende dat hij zou sterven.~
20 6, 15| kleed, en zijn ring, dat hij zou zijn zoon Antiochus halen,
21 6, 55| voeden, totdat hij koning zou zijn,~
22 6, 62| gebood dat men de muur rondom zou wegnemen.~
23 7, 20| hem krijgsvolk, dat hem zou helpen; en Bacchides trok
24 7, 25| verstond dat hij ze niet zou kunnen tegenstaan, zo keerde
25 7, 26| beval hem dat hij het volk zou uitroeien.~
26 7, 37| uitverkoren, dat uw naam daarin zou aangeroepen worden, en dat
27 7, 37| worden, en dat het uw volk zou zijn een huis des gebeds
28 7, 49| dat die dag alle jaren zo zou gehouden worden, de dertiende
29 8, 24| Doch indien enige oorlog zou mogen ontstaan eerst tegen
30 8, 27| volk der Joden eerst oorlog zou mogen overkomen, zo zullen
31 9, 10| mij, dat ik zulk een zaak zou doen, dat ik voor hen zou
32 9, 10| zou doen, dat ik voor hen zou vlieden; zo onze tijd nabij
33 9, 54| binnenste voorhof des heiligdoms zou afgebroken worden, en hij
34 9, 69| hadden, dat hij in het land zou komen, en zij doodden er
35 9, 71| zwoer hem, dat hij hem niet zou zoeken enig kwaad te doen
36 10, 6 | medegenoot in de wapenen zou zijn; en de gijzelaars,
37 10, 59| aan Jonathan, dat hij hem zou ontmoeten.~
38 10, 62| men Jonathan zijn klederen zou uittrekken, en hem een purperen
39 10, 62| en hem een purperen kleed zou aandoen, hetwelk zij deden;
40 11, 2 | Alexander was, dat men hem zou tegemoet gaan, omdat hij
41 11, 22| Jonathan dat hij met het beleg zou ophouden, en dat hij op
42 11, 22| allerspoedigste hem tegemoet zou komen tot Ptolomaïs, om
43 11, 23| dat men met de belegering zou voortgaan, en hij verkoos
44 11, 28| het land van Samarië vrij zou maken, en beloofde hem driehonderd
45 11, 39| aan, dat bij deze aan hem zou overgeven, opdat hij in
46 11, 39| zijns vaders plaats koning zou zijn; en verhaalde hem ook
47 11, 40| en in de sterkten waren, zou willen uitwerpen, want zij
48 12, 36| scheiden, dat hij alleen zou zijn, en opdat zij niet
49 12, 40| hem zulks mogelijk niet zou toelaten, en dat hij te
50 12, 40| eniger tijd tegen hem oorlog zou voeren, zo zocht hij middelen
51 13, 5 | van mij, dat ik mijn ziel zou sparen in enige tijd der
52 13, 14| Jonathan, en dat hij tegen hem zou strijden, zond tot hem gezanten.~
53 13, 17| grote vijandschap op zich zou laden.~
54 13, 21| haasten, dat hij tot hen zou willen komen door de woestijn,
55 13, 34| dat hij het land vrijdom zou willen geven, omdat al de
56 13, 52| jaarlijks met verheuging zou gevierd worden.~
57 14, 23| dat men die mannen eerlijk zou ontvangen, en het afschrift
58 14, 41| overste en hogepriester zou zijn in eeuwigheid, totdat
59 14, 41| daar een getrouw profeet zou opstaan.~
60 14, 42| Dat hij hun veldoverste zou zijn, en dat hij zorg zou
61 14, 42| zou zijn, en dat hij zorg zou dragen dat door hem gesteld
62 14, 43| 43 Dat bij ook zou verzorgen hetgeen het heiligdom
63 14, 43| aangaat, en dat hij door allen zou gehoorzaamd wezen, en dat
64 14, 43| dat hij een purperen kleed zou mogen aandoen, en dat hij
65 14, 43| aandoen, en dat hij goud zou mogen dragen.~
66 14, 46| Simon naar al deze woorden zou doen.~
67 14, 47| goed, dat hij hogepriester zou zijn, en veldoverste, en
68 14, 48| geboden dat dit schrift zou worden gesteld in koperen
69 14, 48| koperen platen, en dat men die zou zetten in de omgang van
70 14, 49| dat het afschrift gelegd zou worden in de schatkist,
71 15, 39| beval hem, dat hij zich zou legeren tegen Judea; en
72 15, 39| beval hem ook dat hij Kedron zou opbouwen, en de poorten
73 15, 39| versterken, en dat hij het volk zou beoorlogen. En de koning
74 16, 18| hem het land en de steden zou overleveren.~
75 16, 19| zilver en goud en geschenken zou geven.~
|