Chapter, Verse
1 1, 4 | 4 En zijn hart werd zeer verhoogd en verheven.~
2 1, 23| dat in de tempel gezien werd, en hij trok het alles af.~
3 1, 27| de schoonheid der vrouwen werd veranderd.~
4 1, 41| 41 En de stad werd een woonplaats van vreemdelingen,
5 1, 41| woonplaats van vreemdelingen, en werd een vreemde stad voor degenen,
6 1, 61| waar bij iemand gevonden werd het boek des verbonds, en
7 2, 31| de stad van David waren, werd geboodschapt dat er mannen,
8 2, 47| de hoogmoed, en dit werk werd voorspoedig in hun hand.~
9 2, 53| benauwdheid het gebod gehouden, en werd een heer van Egypte.~
10 2, 69| 69 En hij zegende hen, en werd bij zijn vaderen gesteld.~
11 3, 1 | 1 En Judas, die genoemd werd Makkabeüs, zijn zoon, stond
12 3, 9 | 9 Zijn naam werd verbreid tot het uiterste
13 3, 23| en Seron en zijn leger werd door hem vermorzeld.~
14 3, 27| koning, deze woorden hoorde, werd hij in zijn gemoed zeer
15 3, 45| het heiligdom vertreden werd, en de kinderen der vreemdelingen
16 4, 20| want de rook, die gezien werd, openbaarde wat er geschied
17 4, 27| 27 En hij dit horende, werd verslagen, en verloor de
18 4, 37| 37 En het ganse leger werd vergaderd, en zij gingen
19 5, 16| deze woorden hoorden, zo werd daar vergaderd een grote
20 5, 44| waren. En de stad Karnaïn werd omgekeerd, en zij konden
21 5, 51| gehele nacht, en de stad werd in zijn handen overgeleverd.~
22 5, 60| tweeduizend man, en daar werd een grote vlucht onder het
23 5, 63| volken, waar hun naam gehoord werd;~
24 6, 3 | lieden van die stad bekend werd.~
25 6, 8 | zeer verbaasd en ontroerd werd, zodat hij te bed vallende
26 6, 9 | grote droefenis vernieuwd werd, en hij meende dat hij zou
27 6, 23| hetgeen door hem geboden werd, en na te komen zijn bevelen,
28 6, 28| 28 En de koning werd toornig toen hij dit hoorde,
29 6, 40| deel van des konings leger werd uitgebreid tot de hoge bergen
30 7, 3 | als hem deze zaak bekend werd, zeide hij: Toont mij hun
31 7, 30| 30 En deze zaak werd Judas bekend, dat hij met
32 7, 30| hem gekomen was, en hij werd door hem verschrikt, en
33 7, 33| voor de koning opgeofferd werd.~
34 7, 43| en het leger van Nicanor werd vermorzeld, en hij zelf
35 7, 46| door het zwaard, en daar werd van hen niet één overgelaten.~
36 8, 1 | hetgeen hun voorgesteld werd, en dat zij vriendschap
37 9, 7 | dat de oorlog hem drong, werd in zijn hart benauwd, omdat
38 9, 7 | bijeen te vergaderen, en hij werd zeer verslagen;~
39 9, 15| 15 En de rechtervleugel werd geslagen door dezen, en
40 9, 17| 17 En de strijd werd geweldig, en daar vielen
41 9, 24| 24 In die dagen werd daar een zeer grote hongersnood,
42 9, 37| 37 En na deze zaken werd aan Jonathan en zijn broeder
43 9, 41| 41 En zo werd de bruiloft veranderd in
44 9, 55| 55 En in dezelfde tijd werd Alcimus met beroering geslagen
45 9, 55| verhinderd, en zijn mond werd toegesloten, en hij werd
46 9, 55| werd toegesloten, en hij werd geheel lam, en hij kon niet
47 9, 60| hun raad aan deze bekend werd.~
48 9, 68| tegen Bacchides, en hij werd door hen geslagen, en zij
49 10, 22| Demetrius hoorde deze dingen, en werd bedroefd, en zeide:~
50 10, 68| Alexander, dat horende, werd zeer bedroefd, en keerde
51 10, 74| van Apollonius hoorde, zo werd hij ontroerd in zijn gemoed;
52 10, 83| 83 En de ruiterij werd verstrooid in het vlakke
53 11, 12| aan deze Demetrius, en hij werd van Alexander vervreemd,
54 11, 12| vervreemd, en hun vijandschap werd openbaar.~
55 11, 16| Doch de koning Ptolomeüs werd verhoogd.~
56 11, 19| 19 En Demetrius werd koning in het honderdenzevenenzestigste
57 11, 22| 22 En hij, dit horende, werd gram; en zodra hij het hoorde,
58 11, 43| de koning, en de koning werd verheugd over hun komst.~
59 11, 52| hetgeen hij beloofd had, en werd vervreemd van Jonathan,
60 11, 53| jonge kind, met hem, en dat werd koning, en hij zette hem
61 11, 54| tegen hem, en hij vlood, en werd op de vlucht gedreven.~
62 12, 8 | aangenomen, in welke verklaring werd gedaan van gemeenschap van
63 13, 23| doodde hij Jonathan, en hij werd daar begraven.~
64 14, 10| zijn heerlijke naam genoemd werd tot het uiterste der aarde.~
65 14, 46| 46 En het werd goedgevonden door al het
66 15, 27| tevoren gemaakt had, en werd van hem vervreemd.~
67 15, 36| gezien had; en de koning werd vertoornd met grote toorn.~
68 16, 8 | Cendebeüs met zijn leger werd op de vlucht geslagen, en
69 16, 9 | 9 Toen werd Judas, de broeder van Johannes,
70 16, 13| 13 En zijn hart werd verhovaardigd, en hij wilde
71 16, 22| 22 En hij, dit horende, werd zeer ontsteld, en hij greep
|