Chapter, Verse
1 1, 16| heilig verbond, en voegden zich bij de heidenen, en waren
2 1, 57| 57 En maakten dat Israël zich zette in holen, in al hun
3 1, 67| liever te sterven, opdat zij zich niet zouden besmetten met
4 2, 30| 30 Om zich daar neder te zetten, zij
5 2, 43| ontvloden waren, voegden zich bij hen, en werden hun tot
6 3, 6 | goddelozen uit vrees voor hem zich introkken, en dat alle werkers
7 3, 13| van getrouwe lieden bij zich vergaderd had, die met hem
8 3, 37| 37 En de koning nam bij zich de helft der krijgsmachten
9 3, 40| macht, en kwamen en legerden zich nabij Emmanaüs, in het vlakke
10 3, 42| en dat de krijgsmachten zich legerden in hun landpalen,
11 3, 57| opgebroken, en zij legerden zich tegen het zuiden van Emmaüs.~
12 4, 1 | 1 En Gorgias nam tot zich vijfduizend man te voet,
13 4, 19| te zeggen, zo openbaarde zich een deel uitziende van de
14 4, 23| 23 En Judas keerde zich tot de plundering van het
15 4, 29| gekomen zijnde, legerden zich te Bethsura, en Judas kwam
16 5, 5 | in de torens, en legerde zich tegen hen, en hij sloeg
17 5, 11| verderven, en zij bereiden zich om te komen, en in te nemen
18 5, 23| 23 Zij namen tot zich die van Galilea, en ook
19 5, 27| en dat zij geboden hadden zich des anderen daags te legeren
20 5, 37| ander leger, en legerde zich tegenover Rafon over de
21 5, 42| zeggende: Laat geen mens zich nederzetten, maar dat zij
22 5, 51| uitroepen, dat een ieder zich zou legeren in de plaats
23 5, 51| het krijgsvolk legerden zich, en bestreden de stad die
24 6, 19| 19 Zo nam Judas zich voor deze te verdelgen,
25 6, 21| goddelozen uit Israël voegden zich bij hen, en zij reisden
26 6, 31| door Idumeä, en legerden zich tegen Bethsura, hetwelk
27 6, 32| van de burcht en legerde zich in Bethzacharia tegenover
28 6, 44| 44 En hij begaf zich om zijn volk te behouden,
29 6, 45| linkerhand, en zij verdeelden zich ter weerszijden van hem.~
30 6, 46| de olifant, en hij zette zich onder deze, en doodde hem,
31 6, 56| dat hij zocht het rijk aan zich te trekken met de zaken
32 6, 57| 57 Zo hebben zij zich zeer gehaast en elkander
33 7, 12| schriftgeleerden verzamelde zich bij Alcimus en Bacchides
34 7, 19| van Jeruzalem, en legerde zich te Bezeth, en zond heen,
35 7, 39| uit Jeruzalem en legerde zich te Bethoron, en aldaar ontmoette
36 7, 40| 40 En Judas legerde zich in Adasa met drieduizend
37 7, 46| bezetten hen, en zij keerden zich, dezen tot genen, en zij
38 8, 14| purperen kleed aantrok, om zich daarin treffelijk te vertonen;~
39 9, 2 | Galgala leidt, en legerden zich te Masaloth, hetwelk in
40 9, 14| van harte waren, voegden zich bij hem.~
41 9, 16| rechtervleugel vermorzeld was, hebben zich omgekeerd, en Judas met
42 9, 33| woestijn Thekoa, en legerden zich bij het water van het meer
43 9, 38| broeder Johannes, optrokken en zich verborgen in een hol van
44 9, 64| 64 En hij kwam en legerde zich tegen Bethbasi, en hij bestreed
45 10, 23| te maken met de Joden, om zich daarmee te sterken?~
46 10, 48| krijgsmacht, en legerde zich tegen Demetrius.~
47 10, 62| de koning zette hem bij zich;~
48 10, 69| krijgsmacht, en legerde zich in Jamnia, en zond tot Jonathan,
49 10, 75| 75 En hij legerde zich tegen Joppe, en zij sloten
50 10, 83| vloden naar Azote, en begaven zich in Beth-Dagon, hetwelk was
51 10, 86| trok vandaar op, en legerde zich tegen Askalon, en die van
52 11, 24| 24 En hij nam met zich zilver, en goud en kostelijke
53 11, 37| en dat daar niets was dat zich tegen hem stelde, zo heeft
54 11, 46| bij hem, en verstrooiden zich door de stad.~
55 11, 66| 66 Doch Jonathan legerde zich met zijn leger tegen het
56 11, 72| leger toe, en zij legerden zich daar.~
57 12, 27| en in de wapenen zijn, en zich gereed houden tot de strijd,
58 12, 47| 47 En hij liet bij zich blijven drieduizend man,
59 13, 10| strijdbare mannen, haastte zich de muren van Jeruzalem op
60 13, 13| 13 Simon nu legerde zich in Adidis, tegenover het
61 13, 17| niet grote vijandschap op zich zou laden.~
62 13, 47| 47 En Simon liet zich bewegen over hen, en verdelgde
63 14, 7 | en er was niemand, die zich tegen hem stelde.~
64 14, 11| land en Israël verheugde zich met grote verheuging.~
65 14, 24| naar Rome, hebbende met zich een groot gouden schild
66 15, 13| 13 En Antiochus legerde zich tegen Dora, en met hem waren
67 15, 32| toerusting, en hij ontzette zich, en verkondigde hem de woorden
68 15, 37| 37 Tryfon nu begaf zich in een schip, en vluchtte
69 15, 39| En hij beval hem, dat hij zich zou legeren tegen Judea;
70 16, 6 | Hij en zijn volk legerde zich recht tegenover hen; en
|