Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
sikkelen 2
simalkuë 1
simeon 1
simon 66
sion 8
slaan 8
slaap 1
Frequency    [«  »]
71 werd
70 zich
66 hadden
66 simon
63 nu
62 mannen
60 ik

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

simon

   Chapter, Verse
1 2, 3 | 3 Simon, die genaamd was Thassi,~ 2 2, 65| 65 En ziet Simon, uw broeder, ik weet dat 3 5, 17| 17 En Judas zeide tot Simon, zijn broeder: Verkies u 4 5, 20| 20 En Simon werden toegedeeld drieduizend 5 5, 21| 21 En Simon trok naar Galilea, en hij 6 5, 55| Jonathan in Galaäd waren, en Simon, zijn broeder, in Galilea 7 9, 19| 19 En Jonathan en Simon namen Judas, hun broeder, 8 9, 33| Jonathan en zijn broeder Simon, en allen die met hem waren, 9 9, 37| Jonathan en zijn broeder Simon geboodschapt, dat de kinderen 10 9, 62| 62 En Jonathan, en Simon, en die met hen waren, vertrokken 11 9, 65| Jonathan liet zijn broeder Simon in de stad, en hij trok 12 9, 67| 67 Zo is Simon, en die met hem waren, uitgevallen 13 10, 74| en trok uit Jeruzalem, en Simon, zijn broeder, ontmoette 14 10, 82| 82 En Simon, zijn krijgsvolk voortgebracht 15 11, 58| hij stelde zijn broeder Simon tot een overste van de gewesten 16 11, 63| getrokken; en liet zijn broeder Simon in het land.~ 17 11, 64| 64 En Simon belegerde Bethsura, en hij 18 12, 33| 33 En Simon toog uit, en doortrok het 19 12, 38| 38 En Simon bouwde Adida in Sefala, 20 13, 1 | 1 En Simon, horende dat Tryfon een 21 13, 13| 13 Simon nu legerde zich in Adidis, 22 13, 14| Tryfon, verstaan hebbende dat Simon was opgestaan in plaats 23 13, 17| 17 En Simon, hoewel hij wist dat zij 24 13, 20| het ronde naar Adora; en Simon en zijn leger trokken hem 25 13, 25| 25 En Simon, enigen zendende, nam de 26 13, 27| 27 En Simon bouwde over het graf van 27 13, 33| 33 En Simon bouwde de sterkten van Judea 28 13, 34| 34 En Simon verkoor enige mannen, die 29 13, 36| Demetrius wenst de hogepriester Simon, de vriend der koningen, 30 13, 42| In het eerste jaar dat Simon de grote hogepriester was, 31 13, 43| 43 In die dagen bracht Simon zijn leger voor Gaza, en 32 13, 45| een grote stem, biddende Simon, dat hij hun de rechterhand 33 13, 47| 47 En Simon liet zich bewegen over hen, 34 13, 50| 50 En zij riepen tot Simon, dat hij hun de rechterhand 35 13, 54| 54 Simon, ziende dat zijn zoon Johannes 36 14, 4 | in rust al de dagen van Simon, want hij zocht het welvaren 37 14, 17| 17 En horende, dat Simon, zijn broeder, in zijn plaats 38 14, 20| stad der Spartiaten wensen Simon, de hogepriester, en de 39 14, 23| hiervan schreven zij aan Simon, de hogepriester.~ 40 14, 24| 24 Na deze zond Simon Numenius naar Rome, hebbende 41 14, 25| Wat dank zullen wij aan Simon en zijn zonen vergelden?~ 42 14, 27| zijnde dit het derde jaar dat Simon hogepriester was.~ 43 14, 29| 29 Dat Simon, de zoon van Mattathias, 44 14, 32| 32 Zo is dan Simon opgestaan, en oorloogde 45 14, 35| volk zag de getrouwheid van Simon, en de heerlijkheid, die 46 14, 37| En in deze burcht stelde Simon Joodse mannen om te wonen, 47 14, 40| dat zij de gezanten van Simon zeer heerlijk tegemoet gegaan 48 14, 41| priesters behaagd had, dat Simon hun overste en hogepriester 49 14, 46| volk, te bepalen dat men Simon naar al deze woorden zou 50 14, 47| 47 En Simon nam dit aan, en hij vond 51 14, 49| worden in de schatkist, opdat Simon en zijn zonen dat zouden 52 15, 1 | de eilanden der zee aan Simon, de priester en overste 53 15, 2 | De koning Antiochus wenst Simon, de grote priester en overste, 54 15, 17| der wapenen, gezonden door Simon, de hogepriester, en door 55 15, 21| zijn, levert ze over aan Simon, de hogepriester, opdat 56 15, 24| daarvan schreven zij aan Simon de hogepriester.~ 57 15, 26| 26 En Simon zond hem tweeduizend uitgelezen 58 15, 32| zag de heerlijkheid van Simon, zijn bekerkas, met zijn 59 15, 33| 33 En Simon, antwoordende, zeide tot 60 15, 36| ook de heerlijkheid van Simon, en al wat hij gezien had; 61 16, 1 | en verhaalde zijn vader Simon, wat Cendebeüs uitrichtte.~ 62 16, 2 | 2 En Simon riep zijn twee oudste zonen, 63 16, 13| wilde bedrog gebruiken tegen Simon en zijn zonen, om hen om 64 16, 14| 14 En Simon was trekkende door de steden 65 16, 16| 16 En als Simon en zijn zonen wel gedronken 66 16, 16| nemende, overvielen zij Simon in de maaltijd, en doodden


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License