Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
haatte 1
haatten 1
had 57
hadden 66
halen 1
halicarnassus 1
halzen 1
Frequency    [«  »]
71 leger
71 werd
70 zich
66 hadden
66 simon
63 nu
62 mannen

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

hadden

   Chapter, Verse
1 1, 46| 46 En velen van Israël hadden een welgevallen aan zijn 2 1, 60| nadat zij ze verscheurd hadden.~ 3 1, 65| degenen die hen besneden hadden.~ 4 2, 28| bergen, en lieten al wat zij hadden in de stad.~ 5 2, 31| die het gebod des konings hadden verbroken, in de holen in 6 2, 32| als zij hen achterhaald hadden, hebben zij hun leger tegen 7 3, 2 | die zijn vader aangehangen hadden, en voerden de krijg van 8 3, 45| heidenen daar hun woonplaats hadden, en alle vermaak weggenomen 9 3, 49| Nazireeën, die hun dagen vervuld hadden.~ 10 3, 56| eerst huisvrouwen getrouwd hadden, en wijngaarden hadden geplant, 11 3, 56| getrouwd hadden, en wijngaarden hadden geplant, en die vreesachtig 12 4, 6 | drieduizend man; doch zij hadden geen deksels noch zwaarden, 13 4, 20| Joden het leger in brand hadden gestoken, want de rook, 14 4, 45| daar de heidenen dat besmet hadden, en zij namen dit altaar 15 4, 53| brandoffers, dat zij gemaakt hadden;~ 16 4, 54| heidenen dat ontheiligd hadden, op deze is het weder ingewijd, 17 4, 60| gelijk zij tevoren gedaan hadden.~ 18 5, 3 | zij Israël als belegerd hadden, en hij sloeg hen met een 19 5, 4 | zij hun op de wegen lagen hadden gelegd;~ 20 5, 23| kinderen, en alles wat zij hadden, en brachten hen in Judea 21 5, 27| waren; en dat zij geboden hadden zich des anderen daags te 22 5, 56| oorlogen die zij uitgericht hadden, en zeiden:~ 23 6, 6 | veel buit, die zij bekomen hadden van de legers, die zij geslagen 24 6, 6 | legers, die zij geslagen hadden;~ 25 6, 7 | 7 En dat zij verbroken hadden de gruwel, die zij op het 26 6, 7 | gruwel, die zij op het altaar hadden gebouwd te Jeruzalem, en 27 6, 7 | heiligdom, gelijk het eerst was, hadden omringd met hoge muren, 28 6, 35| koperen helmen op hun hoofden hadden, en vijfhonderd uitgelezen 29 6, 49| daar geen leeftocht meer hadden, om in de stad besloten 30 6, 53| 53 En zij hadden geen eetwaren in hun vaten, 31 6, 53| in Judea gevloden waren, hadden het overige, dat weggelegd 32 7, 17| rondom Jeruzalem; en zij hadden niemand die hen begroef.~ 33 7, 18| de eed, die zij gezworen hadden, verbroken.~ 34 8, 2 | mannelijke daden, die zij gedaan hadden tegen de Galaten, en dat 35 8, 2 | en dat zij hen overwonnen hadden, en hen onder schatting 36 8, 2 | en hen onder schatting hadden gebracht.~ 37 8, 3 | 3 En wat zij gedaan hadden in het land van Spanje, 38 8, 3 | en dat zij alle plaatsen hadden bemachtigd door hun goede 39 8, 4 | totdat zij hen vermorzeld hadden, en hen met een grote nederlaag 40 8, 5 | vermorzeld en hen overwonnen hadden;~ 41 8, 7 | zij hem levend gekregen hadden, en hem, en die na hem koningen 42 8, 7 | hem koningen zouden zijn, hadden opgelegd hun een grote schatting 43 8, 8 | de koning Eumenes gegeven hadden.~ 44 8, 9 | Griekenland in hun raad besloten hadden, te komen en hen te vernielen, 45 8, 10| krijgsoverste tegen hen hadden gezonden, en hen zo hadden 46 8, 10| hadden gezonden, en hen zo hadden bestreden, dat vele gekwetsten 47 8, 10| hebbende, tot slavernij hadden gebracht, tot op deze dag 48 8, 11| en tot slavernij gebracht hadden;~ 49 8, 12| verre waren, bemachtigd hadden, en dat allen, die hun naam 50 8, 15| dat zij zichzelf een Raad hadden gemaakt, en dat dagelijks 51 9, 1 | krijgsvolk de oorlog gevoerd hadden, zo voer hij voort Bacchides 52 9, 11| slingers en met bogen vochten hadden de voortocht voor het krijgsvolk, 53 9, 69| mannen, die hem geraden hadden, dat hij in het land zou 54 10, 14| wet en de geboden verlaten hadden, want dit was hun toevlucht.~ 55 10, 15| gezonden had, als zij hem hadden verhaald de oorlogen en 56 10, 15| arbeid, die zij uitgestaan hadden.~ 57 11, 4 | had in de oorlog. Want zij hadden ze tot hopen gemaakt in 58 11, 26| deed hem, gelijk hem gedaan hadden de koningen, die voor hem 59 11, 48| Joden de stad bemachtigd hadden, gelijk zij wilden, zijn 60 12, 26| dat zij het zo geschikt hadden, om hen des nachts te overvallen.~ 61 14, 18| vernieuwen, die zij gemaakt hadden met Judas en Jonathan, zijn 62 14, 22| vriendschap, die zij met ons hadden, te vernieuwen.~ 63 14, 34| waarin de vijanden tevoren hadden gewoond, en hij stelde daar 64 14, 36| die zichzelf een burcht hadden gemaakt, waaruit zij uitvallende 65 16, 14| bezorgen wat zij van node hadden, en hij kwam te Jericho, 66 16, 16| zijn zonen wel gedronken hadden, stond Ptolomeüs op, en


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License