Chapter, Verse
1 1, 36| daarin een zondig volk, mannen die de wet niet hielden,
2 2, 18| volken gedaan hebben, en de mannen van Juda, en die in Jeruzalem
3 2, 31| 31 En de mannen des konings, en de krijgsmachten,
4 2, 31| werd geboodschapt dat er mannen, die het gebod des konings
5 2, 44| in hun toorn, en de boze mannen in hun grimmigheid; en de
6 2, 64| gesterkt, en houdt u als mannen in de wet, want gij zult
7 3, 24| gevallen omtrent achthonderd mannen, en de overigen zijn gevloden
8 3, 38| Nicanor, en Gorgias, machtige mannen onder de vrienden des konings;~
9 3, 39| zond met hen veertigduizend mannen en zevenduizend ruiters,
10 3, 58| Omgordt u, en weest sterke mannen, en weest gereed tegen de
11 4, 2 | onvoorziens zouden slaan; en de mannen van de burcht waren zijn
12 4, 8 | 8 Zo zeide Judas tot de mannen die met hem waren: Vreest
13 4, 28| zestigduizend uitgelezen mannen, en vijfduizend ruiters
14 4, 29| hen tegen met tienduizend mannen.~
15 4, 34| van Lysias tot vijfduizend mannen, en vielen voor hen dáár
16 4, 41| 41 Toen gebood Judas de mannen, dat zij bestrijden zouden
17 5, 13| vernield omtrent duizend mannen.~
18 5, 17| zijn broeder: Verkies u mannen, en trek heen om uw broeders
19 5, 31| stem, en hij zeide tot de mannen van zijn krijgsheer:~
20 5, 51| plaats waar hij was, en de mannen van het krijgsvolk legerden
21 5, 59| 59 En Gorgias en zijn mannen trokken uit de stad hun
22 5, 62| niet van het zaad van die mannen, door welker hand Israël
23 6, 35| bij elke olifant duizend mannen te voet, voorzien met pantsers
24 6, 37| waren tweeëndertig vechtende mannen en een Indiaan, die het
25 6, 42| konings leger zeshonderd mannen.~
26 6, 54| 54 En daar waren weinig mannen over in de heilige plaatsen,
27 6, 57| het krijgsvolk, en tot de mannen: Wij nemen dagelijks af,
28 6, 58| 58 Laat ons dan nu deze mannen de rechterhand geven, en
29 7, 1 | Rome, en ging op met enige mannen, naar een stad aan de zee
30 7, 5 | verbrekers der wet, en goddeloze mannen in Israël, en Alcimus was
31 7, 16| zij namen uit hen zestig mannen, en hij doodde hen op een
32 7, 19| heen, en greep velen van de mannen die tot hem overgelopen
33 7, 24| en deed wraak over al de mannen, die overgelopen waren,
34 7, 28| Ik zal komen met weinig mannen, opdat ik uw aangezichten
35 7, 32| Nicanor omtrent vijfhonderd mannen, en zij vloden in de stad
36 9, 5 | en drieduizend uitgelezen mannen met hem.~
37 9, 25| Bacchides verkoor goddeloze mannen en stelde hen tot heren
38 9, 61| 61 En zij grepen van de mannen des lands, die bewerkers
39 9, 61| van deze boosheid, vijftig mannen en zij doodden hen.~
40 9, 69| gemoed over deze goddeloze mannen, die hem geraden hadden,
41 10, 32| daarin mag stellen zodanige mannen, als hijzelf zal verkiezen,
42 10, 61| tegen hem enige boosaardige mannen uit Israël, verbrekers der
43 10, 74| hij verkoor tienduizend mannen, en trok uit Jeruzalem,
44 11, 21| hun eigen volk haatten, mannen, die de wet verbraken, reisden
45 11, 42| nu wel doen, dat gij mij mannen zendt, die mij helpen strijden,
46 11, 43| duizend kloeke en dappere mannen, en die kwamen tot de koning,
47 12, 1 | hem gunstig was, verkoos mannen, en zond hen naar Rome,
48 12, 45| verkies uzelf enige weinige mannen, die met u zullen wezen,
49 13, 10| vergaderde alle strijdbare mannen, haastte zich de muren van
50 13, 34| 34 En Simon verkoor enige mannen, die hij zond naar de koning
51 13, 48| stelde daarin om te wonen mannen, die de wet onderhielden,
52 14, 23| volk behaagd, dat men die mannen eerlijk zou ontvangen, en
53 14, 32| bestelde wapenen voor de mannen der krijgsmacht van zijn
54 14, 33| hij zette daarin Joodse mannen tot bezetting.~
55 14, 37| burcht stelde Simon Joodse mannen om te wonen, en versterkte
56 15, 3 | 3 Dewijl enige boze mannen het koninkrijk van onze
57 15, 13| honderdentwintigduizend strijdbare mannen, en achtduizend ruiters.~
58 15, 26| hem tweeduizend uitgelezen mannen, om hem te helpen strijden,
59 16, 4 | twintigduizend strijdbare mannen, en enige ruiters, en zij
60 16, 6 | hij zelf eerst over en de mannen het ziende trokken ook over
61 16, 15| maaltijd, en verborg daar mannen.~
62 16, 22| ontsteld, en hij greep de mannen die gekomen waren om hem
|