Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
jazer 1
jegens 1
jericho 3
jeruzalem 58
jeugd 2
joarib 1
joden 37
Frequency    [«  »]
60 ik
59 u
59 zullen
58 jeruzalem
57 had
57 onze
55 bij

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

jeruzalem

   Chapter, Verse
1 1, 15| 15 En zij bouwden te Jeruzalem een school naar de wetten 2 1, 22| En trok op naar Israël en Jeruzalem, met een grote menigte.~ 3 1, 30| van Juda, en hij kwam te Jeruzalem met een zeer grote menigte.~ 4 1, 37| spijze; en de plundering van Jeruzalem bijeengebracht hebbende, 5 1, 40| 40 En de inwoners van Jeruzalem vloden om hunnentwil;~ 6 1, 47| hand van zijn boden aan Jeruzalem, en aan de steden van Juda, 7 2, 1 | de kinderen Joarib, van Jeruzalem, en had zijn woonplaats 8 2, 6 | godslasteringen, die in Juda en Jeruzalem geschiedden,~ 9 2, 18| mannen van Juda, en die in Jeruzalem overgelaten zijn, en gij 10 2, 31| de krijgsmachten, die te Jeruzalem in de stad van David waren, 11 3, 34| de inwoners van Judea en Jeruzalem;~ 12 3, 35| en het overgeblevene van Jeruzalem uit te roeien, en om hun 13 3, 45| 45 En daar Jeruzalem onbewoond was als een woestijn, 14 3, 46| gekomen te Mizpa, tegenover Jeruzalem, omdat de plaats des gebeds 15 6, 7 | altaar hadden gebouwd te Jeruzalem, en dat zij het heiligdom, 16 6, 12| aan het kwaad dat ik in Jeruzalem heb gedaan; en dat ik al 17 6, 26| geslagen tegen de burcht van Jeruzalem, om deze en het heiligdom 18 6, 48| trokken hen tegemoet naar Jeruzalem, en de koning sloeg zijn 19 7, 17| hun bloed vergoten rondom Jeruzalem; en zij hadden niemand die 20 7, 19| En Bacchides trok op van Jeruzalem, en legerde zich te Bezeth, 21 7, 22| brachten een grote nederlaag te Jeruzalem.~ 22 7, 27| 27 En Nicanor kwam te Jeruzalem met een grote macht, en 23 7, 39| 39 En Nicanor trok uit Jeruzalem en legerde zich te Bethoron, 24 7, 47| mee en hingen ze op bij Jeruzalem.~ 25 8, 22| koperen tafels, en naar Jeruzalem zonden, om hen daar te zijn 26 9, 3 | sloegen zij hun leger bij Jeruzalem op.~ 27 9, 49| en hij keerde weder naar Jeruzalem.~ 28 9, 53| zette hen in de burcht te Jeruzalem om te bewaren.~ 29 10, 7 | 7 En Jonathan kwam te Jeruzalem, en hij las deze brieven 30 10, 10| 10 En Jonathan woonde te Jeruzalem, en hij begon de stad op 31 10, 31| 31 En Jeruzalem zij heilig, en vrij met 32 10, 32| de macht van de burcht te Jeruzalem over, en geef die aan de 33 10, 39| ik aan het heiligdom te Jeruzalem, tot de onkosten, die aan 34 10, 43| allen, die in de tempel te Jeruzalem zullen vluchten, en die 35 10, 45| 45 Ook om de muren van Jeruzalem op te bouwen, en rondom 36 10, 66| Jonathan keerde weder naar Jeruzalem met vrede, en met vreugde.~ 37 10, 74| tienduizend mannen, en trok uit Jeruzalem, en Simon, zijn broeder, 38 10, 87| Jonathan keerde weder naar Jeruzalem, met degenen die bij hem 39 11, 7 | Eleutherus, en keerde weder naar Jeruzalem.~ 40 11, 20| uit Judea, om de burcht te Jeruzalem in te nemen, en maakte tegen 41 11, 33| geven wijl aan allen die te Jeruzalem offeren; en dat in plaats 42 11, 40| degenen, die op de burcht van Jeruzalem en in de sterkten waren, 43 11, 50| en zij keerden weder naar Jeruzalem, hebbende grote buit.~ 44 11, 61| gijzelaars, en zond hen naar Jeruzalem, en doorreisde dat land 45 11, 73| Jonathan keerde weder naar Jeruzalem.~ ~ 46 12, 25| 25 Vertrok uit Jeruzalem, en hij ontmoette hen in 47 12, 36| 36 En om de muren van Jeruzalem hoger op te trekken, en 48 13, 2 | bevreesd was, ging hij op naar Jeruzalem, en vergaderde het volk,~ 49 13, 10| haastte zich de muren van Jeruzalem op te bouwen, en hij versterkte 50 13, 39| zo er iets anders is te Jeruzalem, dat tol betaald heeft, 51 13, 49| 49 Die op de burcht te Jeruzalem waren, werden verhinderd 52 14, 19| voor de ganse gemeente te Jeruzalem. En dit is het afschrift 53 14, 36| de stad Davids waren te Jeruzalem; die zichzelf een burcht 54 14, 37| en hij trok de muren van Jeruzalem op.~ 55 15, 7 | 7 Dat Jeruzalem, en het heiligdom zullen 56 15, 28| Gazara, en de burcht te Jeruzalem, steden van mijn koninkrijk.~ 57 15, 32| vriend des konings, kwam te Jeruzalem, en zag de heerlijkheid 58 16, 20| 20 En hij zond anderen om Jeruzalem in te nemen, en de berg


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License