Chapter, Verse
1 1, 1 | Perzen en Meden geslagen had, en in zijn plaats als koning
2 1, 1 | in Griekenland geregeerd had;~
3 1, 21| nadat hij Egypte geslagen had, keerde weder in het honderdendrieënveertigste
4 2, 1 | Joarib, van Jeruzalem, en had zijn woonplaats in Modin.~
5 2, 2 | 2 En hij had vijf zonen, Johannes die
6 3, 13| lieden bij zich vergaderd had, die met hem ten strijde
7 3, 29| plaag die hij in het land had aangericht; waarmee hij
8 3, 29| dagen af geweest waren, had weggenomen;~
9 3, 30| met een milde hand gegeven had, zodat hij de vorige koningen
10 3, 30| vorige koningen in mildheid had overtroffen;~
11 3, 42| konings, waarmee hij bevolen had het volk gans te verderven
12 4, 27| overkomen wat hij gaarne gewild had, en het niet was uitgevallen,
13 4, 27| gelijk hem de koning bevolen had.~
14 4, 35| en zijn leger, dat hij had, vermeerd hebbende, besloot
15 4, 55| die hun voorspoed gegeven had.~
16 6, 2 | Macedonië, die het eerste had geregeerd onder de Grieken,
17 6, 2 | de Grieken, daar gelaten had;~
18 6, 8 | gegaan gelijk hij gedacht had.~
19 6, 54| overmits de honger hen had overmocht, en zij waren
20 6, 55| hij nog leefde, gesteld had om zijn zoon Antiochus op
21 6, 62| de eed, die hij gezworen had, en gebood dat men de muur
22 7, 47| rechterhand, die hij hovaardig had uitgestrekt, afgehouwen
23 9, 7 | benauwd, omdat hij geen tijd had om hen weder bijeen te vergaderen,
24 9, 36| Johannes, en al wat hij had, en dat hebbende, zijn zij
25 9, 72| het land van Juda gevangen had genomen; en wedergekeerd
26 10, 8 | koning hem macht gegeven had om krijgsvolk te verzamelen.~
27 10, 12| sterkte waren, die Bacchides had gebouwd, vloden;~
28 10, 15| Demetrius aan Jonathan gezonden had, als zij hem hadden verhaald
29 10, 15| mannelijke daden, die hij gedaan had en zijn broeders, en de
30 10, 46| dat hij in Israël gedaan had, en dat hij hen zeer verdrukt
31 10, 46| dat hij hen zeer verdrukt had.~
32 10, 78| omdat hij een grote menigte had van ruiterij, en op haar
33 10, 81| stil gelijk Jonathan gelast had; en hun paarden waren vermoeid.~
34 10, 88| Alexander deze dingen gehoord had, dat hij voortvoer om Jonathan
35 11, 4 | mensen, die Jonathan verbrand had in de oorlog. Want zij hadden
36 11, 5 | koning wat Jonathan gedaan had, om hem veracht te maken;
37 11, 37| vreemde eilanden en volken had aangenomen; daarom al het
38 11, 37| van zijn vaderen ontvangen had, is hem hatende geworden.~
39 11, 39| wat Demetrius uitgericht had, en hoe dat zijn krijgsvolk
40 11, 52| van hetgeen hij beloofd had, en werd vervreemd van Jonathan,
41 11, 52| weldaden, die bij hem bewezen had, maar hij heeft hem zeer
42 11, 54| die Demetrius afgedankt had, en die streden tegen hem,
43 13, 22| trekken; en in die nacht had het zeer gesneeuwd, en hij
44 14, 17| hij het land bemachtigd had, en de steden die daarin
45 14, 30| Jonathan hun volk vergaderd had en hun hogepriester geworden
46 14, 35| omdat hij al deze dingen had gedaan, om de gerechtigheid
47 14, 35| trouw, die hij zijn volk had bewezen, en omdat hij gezocht
48 14, 35| bewezen, en omdat hij gezocht had op alle manieren zijn volk
49 14, 40| 40 Want hij had gehoord, dat de Joden door
50 14, 41| en de priesters behaagd had, dat Simon hun overste en
51 15, 27| met hem tevoren gemaakt had, en werd van hem vervreemd.~
52 15, 36| Simon, en al wat hij gezien had; en de koning werd vertoornd
53 15, 41| gelijk de koning hem gelast had.~ ~
54 16, 9 | Kedron, dat Cendebeüs gebouwd had.~
55 16, 11| land van Jericho, en hij had veel zilver en goud,~
56 16, 15| genaamd Dok, welke hij gebouwd had; en bereidde hun een grote
57 16, 21| broeders, en dat hij gezonden had om hem ook om te brengen.~
|