Chapter, Verse
1 1, 16| verbond, en voegden zich bij de heidenen, en waren verkocht
2 1, 61| 61 En waar bij iemand gevonden werd het
3 2, 42| 42 Toen vergaderde bij hen de vergadering der Asideeën,
4 2, 43| ontvloden waren, voegden zich bij hen, en werden hun tot een
5 2, 69| hij zegende hen, en werd bij zijn vaderen gesteld.~
6 3, 13| vergadering van getrouwe lieden bij zich vergaderd had, die
7 3, 30| 30 En vrezende dat bij niet genoeg zou hebben,
8 3, 37| 37 En de koning nam bij zich de helft der krijgsmachten
9 3, 41| land der vreemdelingen is bij hen gekomen.~
10 4, 13| leger om te strijden, en die bij Judas waren bliezen de trompetten.~
11 5, 38| die rondom ons zijn, zijn bij hen vergaderd, een zeer
12 5, 40| Judas naderde, en zijn leger bij de beek des waters: Indien
13 5, 64| gezamenlijk vergaderden bij ben, wensende hun veel geluk.~
14 6, 20| honderdenvijftigste jaar, en bij maakte tegen hen stormgereedschap
15 6, 21| uit Israël voegden zich bij hen, en zij reisden naar
16 6, 35| slagorden, en zij stelden bij elke olifant duizend mannen
17 6, 35| ruiters werden geordineerd bij elk beest.~
18 7, 6 | zij beschuldigden het volk bij de koning, zeggende: Judas
19 7, 12| schriftgeleerden verzamelde zich bij Alcimus en Bacchides om
20 7, 20| over het land, en hij liet bij hem krijgsvolk, dat hem
21 7, 47| zij mee en hingen ze op bij Jeruzalem.~
22 9, 3 | jaar sloegen zij hun leger bij Jeruzalem op.~
23 9, 12| 12 En Bacchides was bij de rechtervleugel des krijgsvolks,
24 9, 14| harte waren, voegden zich bij hem.~
25 9, 33| Thekoa, en legerden zich bij het water van het meer Asfar.~
26 9, 35| hun bagage, die veel was, bij hen mochten zetten.~
27 10, 60| gaven, en hij vond genade bij hen.~
28 10, 62| en de koning zette hem bij zich;~
29 10, 71| elkander strijden, want bij mij is de macht der steden.~
30 10, 78| wilde reizen, en meteen trok bij naar het vlakke veld, omdat
31 10, 87| Jeruzalem, met degenen die bij hem waren, hebbende grote
32 11, 24| Ptolomaïs, en hij vond genade bij hem.~
33 11, 33| van Samarië gevoegd zijn bij Judea; en al hetgeen wat
34 11, 39| 39 En hij hield bij hem aan, dat bij deze aan
35 11, 39| hij hield bij hem aan, dat bij deze aan hem zou overgeven,
36 11, 46| vergaderden allen te zamen bij hem, en verstrooiden zich
37 11, 50| Joden bekwamen grote eer, zo bij de koning als bij allen
38 11, 50| eer, zo bij de koning als bij allen die in zijn rijk waren;
39 11, 52| niet naar de weldaden, die bij hem bewezen had, maar hij
40 11, 59| krijgsmachten van Syrië vergaderden bij hem om hem te helpen strijden,
41 11, 69| 69 En allen die bij Jonathan waren, namen de
42 11, 69| daar was niet een van dezen bij hem gebleven, dan Mattathias,
43 12, 37| op te bouwen, en hij kwam bij de muur aan de beek, die
44 12, 47| 47 En hij liet bij zich blijven drieduizend
45 13, 12| te komen; en Jonathan was bij hem in bewaring.~
46 13, 17| zoontjes, opdat hij misschien bij het volk niet grote vijandschap
47 13, 29| 29 En bij deze maakte hij enige instrumenten,
48 13, 29| tot een eeuwige naam; en bij deze wapenen schepen ingehouwen,
49 13, 53| de berg des tempels, die bij de burcht was, en hij ging
50 14, 42| dienst zouden doen, en dat bij hem gesteld zouden worden
51 14, 43| 43 Dat bij ook zou verzorgen hetgeen
52 15, 10| krijgsmachten kwamen te zamen bij hem, zodat er weinigen bij
53 15, 10| bij hem, zodat er weinigen bij Tryfon waren.~
54 15, 33| vijanden wederrechtelijk bij zekere gelegenheid bemachtigd
55 16, 19| oversten over duizend, dat zij bij hem zouden komen, opdat
|