Chapter, Verse
1 1, 44| koninkrijk, dat zij allen zouden tot één volk zijn, en dat
2 1, 47| van Juda, dat zij wandelen zouden naar de vreemde wetten des
3 1, 48| uit het heiligdom weren zouden.~
4 1, 49| sabbatten en de feestdagen zouden ontheiligen;~
5 1, 50| heilige plaatsen ontreinigen zouden.~
6 1, 51| bossen en afgodshuizen zouden bouwen, en varkens en andere
7 1, 52| zij hun zonen onbesneden zouden laten, en dat zij hun zielen
8 1, 52| zij hun zielen gruwelijk zouden maken door al wat onrein
9 1, 52| onheilig was, zodat zij de wet zouden vergeten, en al de rechten
10 1, 55| van Juda, dat zij offeren zouden van stad tot stad.~
11 1, 67| sterven, opdat zij zich niet zouden besmetten met de spijzen,
12 2, 13| 13 Waarom zouden wij nog willen leven?~
13 2, 22| wij niet horen, dat wij zouden overtreden onze godsdienst
14 2, 40| naaste: Indien wij allen zouden doen, gelijk onze broeders
15 2, 40| gedaan hebben, en wij niet zouden strijden tegen de heidenen
16 2, 40| en voor onze rechten, zo zouden zij ons nu haastig van de
17 3, 28| gebood hun dat zij gereed zouden zijn een jaar lang tot alle
18 3, 59| strijd sterven, dan dat wij zouden aanzien de ellenden van
19 4, 2 | 2 Opdat zij vallen zouden op het leger der Joden,
20 4, 2 | Joden, en hen onvoorziens zouden slaan; en de mannen van
21 4, 41| mannen, dat zij bestrijden zouden degenen, die op de burcht
22 4, 44| zij raad hielden wat zij zouden doen met het altaar des
23 4, 59| vijfentwintigste dag der maand Chasleu, zouden gehouden worden met vreugde
24 4, 60| heidenen niet te eniger tijd zouden komen en ze weder vertreden,
25 5, 16| te beraadslagen, wat zij zouden doen voor hun broeders,
26 5, 61| ook een mannelijke daad zouden doen.~
27 6, 57| aangespoord dat zij van de burcht zouden aftrekken, en zeggen tot
28 8, 7 | en die na hem koningen zouden zijn, hadden opgelegd hun
29 8, 20| gemeenschap van wapenen zouden maken, en vrede, en dat
30 9, 9 | broeders zijn weggelopen, en zouden wij tegen hen strijden,
31 9, 60| Jonathan en die met hem waren zouden grijpen, doch zij konden
32 10, 11| werklieden, dat zij de muren zouden opbouwen en de berg Sion
33 10, 16| 16 Zo zeide hij: Zouden wij ook een zodanige man
34 10, 47| goed dat zij het houden zouden met Alexander, omdat hij
35 12, 4 | plaats, dat zij hen met vrede zouden geleiden in het land Juda.~
36 12, 10| vernieuwen, opdat wij van u niet zouden vervreemd worden; want daar
37 12, 17| gelast, dat zij ook tot u zouden reizen, en u groeten, en
38 12, 23| enigen gelast, dat zij u dit zouden aanzeggen, naar deze inhoud.~
39 12, 27| degenen die met hem waren zouden waken, en in de wapenen
40 12, 36| zijn, en opdat zij niet zouden kunnen kopen, noch verkopen.~
41 12, 43| zijn vrienden, dat zij hem zouden gehoorzamen zijn als hemzelf.~
42 13, 18| 18 Die zeggen zouden: Omdat hij hem het geld
43 14, 29| hun heiligdom en de wet zouden staande gehouden worden,
44 14, 42| dragen dat door hem gesteld zouden worden, die in het heiligdom
45 14, 42| het heiligdom hun dienst zouden doen, en dat bij hem gesteld
46 14, 42| en dat bij hem gesteld zouden worden die over het land
47 14, 42| over de sterkten opzicht zouden hebben.~
48 14, 43| in het land op zijn naam zouden geschreven worden, en dat
49 14, 49| Simon en zijn zonen dat zouden mogen hebben.~ ~
50 15, 41| uitvallende de wegen van Judea zouden doorlopen, gelijk de koning
51 16, 19| duizend, dat zij bij hem zouden komen, opdat hij hun zilver
|