Chapter, Verse
1 3, 35| 35 Dat hij het krijgsvolk zou zenden tegen hen, om
2 4, 4 | 4 Terwijl zijn krijgsvolk nog verstrooid was van het
3 4, 16| 16 En Judas en zijn krijgsvolk keerden weder van hen te
4 4, 18| 18 Gorgias en zijn krijgsvolk is op de berg nabij ons,
5 4, 61| 61 En zij zetten daar krijgsvolk in, om ze te bewaren, en
6 5, 18| des volks met het overige krijgsvolk in Judea tot derzelver bewaring.~
7 5, 40| tot de oversten van zijn krijgsvolk, toen Judas naderde, en
8 5, 51| was, en de mannen van het krijgsvolk legerden zich, en bestreden
9 5, 56| Azaria, oversten van het krijgsvolk, de mannelijke daden en
10 5, 58| 58 En het krijgsvolk dat met hen was bevel gegeven
11 6, 6 | versterkt waren met wapenen, en krijgsvolk, en veel buit, die zij bekomen
12 6, 28| vrienden, de oversten van zijn krijgsvolk, en die over de ruiterij
13 6, 29| eilanden der zee kwam veel krijgsvolk tot hem, dat gehuurd was.~
14 6, 30| Zodat het getal van zijn krijgsvolk was honderdduizend voetknechten,
15 6, 38| 38 En het overige krijgsvolk stelden de oversten aan
16 6, 47| konings, en de aanval van het krijgsvolk, weken zij van hen af.~
17 6, 57| tot de oversten van het krijgsvolk, en tot de mannen: Wij nemen
18 7, 2 | zijner vaderen, dat het krijgsvolk Antiochus en Lysias greep,
19 7, 4 | 4 Het krijgsvolk doodde hen, en Demetrius
20 7, 14| Aäron, is gekomen met het krijgsvolk, en die zal ons geen ongelijk
21 7, 20| land, en hij liet bij hem krijgsvolk, dat hem zou helpen; en
22 7, 39| aldaar ontmoette hem het krijgsvolk van Syrië.~
23 8, 6 | en wagens, en zeer veel krijgsvolk, en dat die ook door hen
24 9, 1 | hoorde hoe Nicanor en zijn krijgsvolk de oorlog gevoerd hadden,
25 9, 1 | rechtervleugel van zijn krijgsvolk.~
26 9, 11| 11 Ondertussen brak het krijgsvolk van Bacchides op uit hun
27 9, 11| hadden de voortocht voor het krijgsvolk, en al de machtigen waren
28 9, 34| des sabbats, met al zijn krijgsvolk over de Jordaan.~
29 9, 43| van de Jordaan, met veel krijgsvolk.~
30 9, 66| begon te slaan, en met zijn krijgsvolk op te trekken,~
31 10, 6 | En hij gaf hem macht om krijgsvolk te vergaderen, en de wapenen
32 10, 8 | hem macht gegeven had om krijgsvolk te verzamelen.~
33 10, 21| Loofhutten, en hij vergaderde krijgsvolk, en maakte vele wapenen
34 10, 65| tot een overste van het krijgsvolk, en tot een metgezel in
35 10, 77| drieduizend ruiters en veel krijgsvolk;~
36 10, 82| 82 En Simon, zijn krijgsvolk voortgebracht hebbende,
37 11, 1 | van Egypte vergaderde veel krijgsvolk, gelijk daar is het zand
38 11, 3 | stelde hij in iedere stad krijgsvolk tot bezetting.~
39 11, 37| stelde, zo heeft hij al zijn krijgsvolk laten gaan, een ieder naar
40 11, 37| uitgenomen het vreemde krijgsvolk, dat hij van de vreemde
41 11, 37| aangenomen; daarom al het krijgsvolk, dat hij van zijn vaderen
42 11, 38| welke ziende dat al het krijgsvolk tegen Demetrius murmureerde,
43 11, 39| uitgericht had, en hoe dat zijn krijgsvolk hem vijandig was, en hij
44 11, 42| strijden, omdat al mijn krijgsvolk mij is afgevallen.~
45 11, 62| Galilea waren, met veel krijgsvolk, willende hem uit dat land
46 11, 69| die oversten waren van het krijgsvolk des legers.~
47 12, 46| hij zeide, en hij zond het krijgsvolk heen, en zij trokken naar
48 13, 54| veldoverste over al het krijgsvolk, en hij woonde in Gazara.~ ~
49 15, 38| van de zeekant, en gaf hem krijgsvolk, te voet en te paard.~
50 16, 18| aan de koning, dat hij hem krijgsvolk te hulp wilde zenden, en
|