Chapter, Verse
1 1, 47| En de koning zond brieven door de hand van zijn boden aan
2 1, 52| zielen gruwelijk zouden maken door al wat onrein en onheilig
3 1, 61| naar het bevel des konings, door hun geweld.~
4 2, 9 | straten, en haar jongelingen door het zwaard des vijands.~
5 3, 6 | welging met de behoudenis door zijn hand.~
6 3, 18| voor de hemel, te behouden door velen of door weinigen.~
7 3, 18| te behouden door velen of door weinigen.~
8 3, 20| Dezen komen tegen ons, om door een menigte van smaadheid
9 3, 23| Seron en zijn leger werd door hem vermorzeld.~
10 3, 36| landpalen, en dat hij hun land door het lot zou uitgeven.~
11 4, 30| de aanval van de machtige door de hand van uw dienstknecht
12 4, 32| laat hen bewogen worden door hun vermorzeling.~
13 4, 33| 33 Werp hen terneder door het zwaard dergenen, die
14 5, 28| doodde al wat mannelijk was door de scherpte des zwaards,
15 5, 50| 50 Ik zal maar door uw land doortrekken om te
16 5, 52| vernielde al wat mannelijk was door de scherpte des zwaards,
17 5, 52| plunderde haar en hij ging door de stad boven over de gedoden.
18 5, 62| het zaad van die mannen, door welker hand Israël behoudenis
19 5, 66| der vreemdelingen, en trok door Samaria.~
20 6, 23| en te wandelen in hetgeen door hem geboden werd, en na
21 6, 31| 31 En zij kwamen door Idumeä, en legerden zich
22 7, 30| gekomen was, en hij werd door hem verschrikt, en hij wilde
23 7, 38| zijn leger, en laat hen door het zwaard vallen. Gedenk
24 7, 41| Eertijds als degenen die door de koning Sanherib gezonden
25 7, 46| genen, en zij vielen allen door het zwaard, en daar werd
26 8, 3 | plaatsen hadden bemachtigd door hun goede raad en lankmoedigheid,
27 8, 6 | krijgsvolk, en dat die ook door hen was vermorzeld.~
28 8, 9 | vernielen, en deze zaak door de Romeinen was verstaan,~
29 9, 15| rechtervleugel werd geslagen door dezen, en hij vervolgde
30 9, 68| tegen Bacchides, en hij werd door hen geslagen, en zij drukten
31 10, 53| gestreden, en hij en zijn leger door ons verslagen is, en wij
32 10, 78| naar Azote, alsof hij daar door wilde reizen, en meteen
33 10, 82| was afgemat, en zij werden door hem geslagen en zij vloden;~
34 11, 18| waren, werden omgebracht door degenen, die in die sterkten
35 11, 46| hem, en verstrooiden zich door de stad.~
36 11, 59| en reisde over de rivier, door de steden, en al de krijgsmachten
37 12, 7 | Onias, de hogepriester, door Areüs, die toen koning onder
38 12, 32| hij naar Damaskus, en trok door het ganse land.~
39 13, 21| tot hen zou willen komen door de woestijn, en hun proviand
40 13, 29| ingehouwen, om gezien te worden door allen, die op de zee varen.~
41 14, 40| had gehoord, dat de Joden door de Romeinen genoemd waren
42 14, 42| hij zorg zou dragen dat door hem gesteld zouden worden,
43 14, 43| heiligdom aangaat, en dat hij door allen zou gehoorzaamd wezen,
44 14, 46| En het werd goedgevonden door al het volk, te bepalen
45 15, 17| gemeenschap der wapenen, gezonden door Simon, de hogepriester,
46 15, 17| Simon, de hogepriester, en door het volk der Joden;~
47 15, 33| erve onzer vaderen, die door onze vijanden wederrechtelijk
48 16, 2 | welgelukt, dat wij Israël door onze handen dikwijls verlost
49 16, 14| 14 En Simon was trekkende door de steden van het land,
|