Chapter, Verse
1 1, 28| namen rouw aan, en die in haar bruidskamer zat was in rouw.~
2 1, 33| ze met vuur, en hij brak haar huizen en muren rondom af;~
3 1, 41| stad voor degenen, die in haar geboren waren, en haar kinderen
4 1, 41| in haar geboren waren, en haar kinderen verlieten haar.~
5 1, 41| haar kinderen verlieten haar.~
6 1, 42| 42 Haar heiligdom is verwoest als
7 1, 42| verwoest als een woestijn; haar feestdagen werden verkeerd
8 1, 42| werden verkeerd tot rouw, haar sabbatten tot versmaadheid,
9 1, 42| sabbatten tot versmaadheid, en haar eer tot verachting.~
10 1, 43| 43 Haar ontering is geweest naar
11 1, 43| ontering is geweest naar dat haar heerlijkheid was, en haar
12 1, 43| haar heerlijkheid was, en haar hoogheid is verkeerd in
13 1, 64| 64 En de vrouwen, die haar kinderen lieten besnijden,
14 1, 65| der moeders, en doodden haar huisgezinnen, en degenen
15 2, 9 | kinderen zijn gedood in haar straten, en haar jongelingen
16 2, 9 | gedood in haar straten, en haar jongelingen door het zwaard
17 2, 10| 10 Wat volk is er dat haar koninkrijk niet heeft geërfd,
18 2, 10| niet heeft geërfd, en van haar roof niet gekregen heeft?~
19 2, 11| 11 Al haar sieraad is weggenomen, waar
20 3, 8 | van Juda, en verdelgde uit haar de goddelozen en keerde
21 5, 8 | 8 En Jazer met haar vlekken ingenomen hebbende,
22 5, 35| naar Mizpa, en hij bestreed haar, en nam haar in, en doodde
23 5, 35| hij bestreed haar, en nam haar in, en doodde al wat mannelijk
24 5, 35| mannelijk daarin was, plunderde haar en verbrandde haar met vuur.~
25 5, 35| plunderde haar en verbrandde haar met vuur.~
26 5, 52| uitgeroeid, en plunderde haar en hij ging door de stad
27 5, 65| en hij sloeg Chebron, en haar vlekken.~
28 5, 66| 66 En heeft haar sterkte vernield, en al
29 5, 66| sterkte vernield, en al haar torens rondom verbrand;
30 10, 31| zij heilig, en vrij met haar landpalen, en tienden, en
31 10, 54| schoonzoon zijn, en ik zal u en haar geschenken geven, die uwer
32 10, 58| zijn dochter, en hield haar bruiloft in Ptolomaïs, gelijk
33 10, 75| Joppe was, en zij bestormden haar.~
34 10, 78| had van ruiterij, en op haar vertrouwde.~
35 10, 84| Azote en al de steden rondom haar, en nam al haar roof en
36 10, 84| steden rondom haar, en nam al haar roof en verbrandde ook de
37 10, 89| hem de stad Accaron met al haar landpalen tot een erfgift.~ ~
38 11, 4 | vuur verbrand, en Azote met haar voorsteden verwoest, en
39 11, 12| zijn dochter weg, en gaf haar aan deze Demetrius, en hij
40 11, 60| uitgesloten zijnde, belegerde hij haar rondom, en verbrandde haar
41 11, 60| haar rondom, en verbrandde haar voorsteden met vuur, en
42 11, 64| stad vele dagen, en hield haar besloten.~
43 11, 68| de hinderlaag brak op uit haar plaatsen, en leverde hun
44 13, 48| 48 En hij wierp uit haar alle onreinheid, en stelde
45 13, 48| onderhielden, en hij versterkte haar, en bouwde zichzelf daarin
46 13, 50| wilde geven, en hij gaf hun haar, en dreef hen vandaar uit,
47 14, 10| allerlei gereedschap om haar te versterken, zodat zijn
48 15, 25| alleszins zijn macht tegen haar aanvoerende, en makende
|