Chapter, Verse
1 1, 13| 13 Want van die dag af dat wij van hen gescheiden
2 1, 58| 58 En de vijftiende dag van de maand Chasleu in
3 1, 63| offerden de vijfentwintigste dag van de maand op het altaar,
4 2, 32| tegen hen de krijg aan op de dag des sabbats, en zeiden tot
5 2, 34| doen, om te ontheiligen de dag des sabbats.~
6 2, 41| besloten een raad op die dag, zeggende: Zo daar enig
7 2, 41| tegen ons te strijden op de dag des sabbats, laat ons tegen
8 3, 17| die vermoeid zijn en deze dag niet gegeten hebben?~
9 3, 47| 47 En zij vastten op die dag, en deden zakken aan, en
10 4, 6 | 6 En zo haast het dag was, is Judas gezien in
11 4, 10| vaderen; en hij zal op deze dag dit leger voor ons aangezicht
12 4, 25| 25 En op die dag is Israël een grote verlossing
13 4, 54| 54 Op de tijd, en op de dag, waarop de heidenen dat
14 4, 59| van de vijfentwintigste dag der maand Chasleu, zouden
15 5, 27| allen te vernielen op één dag.~
16 5, 32| 32 Strijdt deze dag voor uw broeders.~
17 5, 34| en van hen vielen op die dag tot achtduizend man.~
18 5, 51| bestreden de stad die gehele dag en de gehele nacht, en de
19 5, 60| Judea; en daar vielen op die dag van het volk Israëls tot
20 5, 67| 67 En die dag vielen de priesters in de
21 6, 26| ziet, zij hebben op deze dag hun leger geslagen tegen
22 7, 16| en hij doodde hen op een dag, naar de woorden die de
23 7, 43| strijden, op de dertiende dag der maand Adar, en het leger
24 7, 48| verheugd, en zij vierden die dag als een dag van grote verheuging.~
25 7, 48| vierden die dag als een dag van grote verheuging.~
26 7, 49| En zij bepaalden dat die dag alle jaren zo zou gehouden
27 8, 10| hadden gebracht, tot op deze dag toe;~
28 9, 27| geen was geweest van de dag af, dat er geen profeet
29 9, 34| dit vernemende, kwam op de dag des sabbats, met al zijn
30 9, 43| Bacchides horende. kwam op de dag van de sabbat tot de oever
31 9, 49| van Bacchides vielen die dag omtrent duizend man, en
32 10, 20| nu wij stellen u op deze dag tot hogepriester van uw
33 10, 30| ontvangen, ontsla ik u van deze dag af en voortaan, opdat gij
34 10, 30| en dat van deze huidige dag af ten eeuwigen tijde.~
35 10, 50| zo viel Demetrius op die dag.~
36 10, 55| en zeide: Gelukkig is de dag, waarop gij zijt wedergekeerd
37 11, 18| Ptolomeüs stierf de derde dag daarna, en degenen, die
38 11, 47| doodden in de stad op die dag honderdduizend man, en staken
39 11, 47| brand, en zij kregen op die dag grote buit, en verlosten
40 11, 73| vielen van de vreemden op die dag, tot drieduizend man, en
41 13, 30| hetwelk nog is tot op deze dag.~
42 13, 39| mishandelingen en misdaden, tot op de dag van heden, en de kroongelden
43 13, 51| daarin op de drieëntwintigste dag van de tweede maand van
44 13, 52| En hij stelde in, dat die dag jaarlijks met verheuging
45 14, 27| geschrift: Op de achttiende dag van de maand Elul, in het
46 15, 25| belegerde Dora in de tweede dag, alleszins zijn macht tegen
47 16, 2 | jonkheid aan, tot op de huidige dag toe; en het is ons welgelukt,
|