Chapter, Verse
1 1, 18| 18 En hij kwam in Egypte met een grote
2 1, 30| steden van Juda, en hij kwam te Jeruzalem met een zeer
3 2, 23| deze woorden te spreken, zo kwam een Joodse man, om voor
4 3, 26| 26 Zijn naam kwam tot de koning toe, en alle
5 3, 44| 44 En de vergadering kwam bijeen, om gereed te zijn
6 4, 5 | 5 En Gorgias kwam in het leger van Judas des
7 4, 29| zich te Bethsura, en Judas kwam hen tegen met tienduizend
8 5, 42| nabij de beek des waters kwam, zo stelde hij de schrijvers
9 5, 53| de gehele weg, totdat hij kwam in het land van Juda.~
10 6, 5 | 5 En daar kwam een die hem boodschapte
11 6, 29| van de eilanden der zee kwam veel krijgsvolk tot hem,
12 7, 1 | honderdeenenvijftigste jaar kwam Demetrius, Seleucus' zoon,
13 7, 27| 27 En Nicanor kwam te Jeruzalem met een grote
14 7, 29| 29 En hij kwam tot Judas; en zij groetten
15 9, 34| Bacchides dit vernemende, kwam op de dag des sabbats, met
16 9, 39| zagen zij, en ziet daar kwam een gedruis, en grote toebereiding,
17 9, 43| Hetwelk Bacchides horende. kwam op de dag van de sabbat
18 9, 60| 60 En hij brak op en kwam met een grote krijgsmacht,
19 9, 64| 64 En hij kwam en legerde zich tegen Bethbasi,
20 9, 65| trok uit in het land, en kwam weder met een groot getal.~
21 10, 7 | 7 En Jonathan kwam te Jeruzalem, en hij las
22 10, 67| honderdenvijfenzestigste jaar kwam Demetrius, de zoon van Demetrius,
23 10, 77| Apollonius, dit horende, kwam met een leger van drieduizend
24 11, 3 | Ptolomeüs nu in de steden kwam, stelde hij in iedere stad
25 11, 4 | En toen hij nabij Azote kwam, zo toonden zij hem de tempel
26 11, 6 | 6 En Jonathan kwam de koning tegemoet tot Joppe
27 11, 13| 13 En Ptolomeüs kwam te Antiochië, en zette op
28 11, 15| Alexander, dit horende, kwam om tegen hem te oorlogen;
29 11, 22| spande hij terstond aan, en kwam te Ptolomaïs, en schreef
30 11, 59| helpen strijden, en hij kwam tot Askalon, en die van
31 12, 32| 32 En optrekkende, kwam hij naar Damaskus, en trok
32 12, 37| stad op te bouwen, en hij kwam bij de muur aan de beek,
33 12, 41| 41 En opbrekende, kwam hij tot Bethsan, en Jonathan
34 12, 41| tot Bethsan, en Jonathan kwam hem tegemoet met veertigduizend
35 12, 41| strijd uitgelezen, en hij kwam ook tot Bethsan.~
36 13, 20| 20 En na deze kwam Tryfon, om in het land te
37 15, 11| Antiochus vervolgde hem, en hij kwam vluchtende te Dora, een
38 15, 32| de vriend des konings, kwam te Jeruzalem, en zag de
39 15, 40| 40 En Cendebeüs kwam tot Jamnia, en begon het
40 16, 1 | 1 En Johannes kwam van Gazara, en verhaalde
41 16, 9 | vervolgde hen, totdat hij kwam te Kedron, dat Cendebeüs
42 16, 14| van node hadden, en hij kwam te Jericho, hij en zijn
|