Chapter, Verse
1 2, 18| 18 Nu dan, komt gij het eerst tot
2 2, 50| 50 Nu dan mijn kinderen, ijvert voor
3 3, 22| voor onze aangezichten; gij dan wilt hen niet vrezen.~
4 3, 59| wij in de strijd sterven, dan dat wij zouden aanzien de
5 5, 12| 12 Komt dan nu, en verlost ons van hun
6 5, 40| zal veel machtiger zijn dan wij.~
7 6, 27| nog meerdere dingen doen dan deze, en gij zult hen niet
8 6, 58| 58 Laat ons dan nu deze mannen de rechterhand
9 7, 7 | 7 Zend dan nu een man, die gij vertrouwt,
10 7, 23| kinderen Israëls deden meer dan de heidenen,~
11 7, 42| 42 Vermorzel dan alzo dit leger heden voor
12 8, 32| 32 Indien zij dan ons weder zullen verzoeken
13 9, 7 | 7 Judas dan, ziende dat zijn leger verlopen
14 9, 10| nabij gekomen is, laat ons dan mannelijk sterven om onzer
15 9, 30| 30 Nu dan wij hebben u heden uitverkoren
16 9, 46| 46 Roept dan nu tot God in de hemel,
17 9, 58| zijnde zeker, laat ons dan nu Bacchides wederhalen,
18 10, 16| zodanige man vinden? Laat ons dan nu hem tot een vriend maken,
19 10, 38| macht onderworpen te zijn, dan van de hogepriester.~
20 10, 54| 54 Laat ons dan nu met elkander vriendschap
21 10, 71| 71 Nu dan, indien gij u vertrouwt
22 11, 36| 36 Zo bezorg dan nu dat een afschrift van
23 11, 42| 42 Gij zult dan nu wel doen, dat gij mij
24 11, 69| dezen bij hem gebleven, dan Mattathias, de zoon van
25 12, 9 | 9 Hoewel wij dan dit nu niet van node hebben,
26 12, 11| 11 Wij dan zullen in alle gelegenheid
27 12, 14| 14 Wij hebben dan ulieden en onze andere bondgenoten
28 12, 16| 16 Zo hebben wij dan verkoren Numenius, Antiochus'
29 12, 23| hebben, is uw. Wij hebben dan enigen gelast, dat zij u
30 12, 24| met een grote macht, meer dan tevoren, om tegen hem te
31 12, 45| 45 Nu dan zend dezen weder naar hun
32 12, 54| helper; laat ons hen nu dan bestrijden, en laat ons
33 13, 5 | want ik ben niet beter dan al mijn broeders.~
34 13, 16| 16 Zend dan nu honderd talenten zilver,
35 13, 19| 19 Hij zond dan de zoontjes en honderd talenten;
36 13, 22| 22 Tryfon dan maakte al zijn ruiterij
37 14, 32| 32 Zo is dan Simon opgestaan, en oorloogde
38 15, 5 | 5 Nu dan ik bevestig u al de vrijdommen,
39 15, 19| 19 Zo heeft ons dan goedgedacht te schrijven
40 15, 21| 21 Indien er dan enige boze mensen uit hun
41 15, 30| 30 Nu dan geeft weder over de steden,
42 16, 3 | barmhartigheid. Wees gij dan in mijn en mijns broeders
|