Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
broden 1
broeder 25
broederen 4
broeders 42
broederschap 2
bruid 1
bruidegom 1
Frequency    [«  »]
44 allen
43 heeft
43 vele
42 broeders
42 dan
42 kwam
41 doen

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

broeders

   Chapter, Verse
1 2, 17| zeer sterk van zonen en broeders;~ 2 2, 20| ik en mijn zonen en mijn broeders wandelen in het verbond 3 2, 40| zouden doen, gelijk onze broeders gedaan hebben, en wij niet 4 2, 41| allen sterven gelijk onze broeders in de holen gestorven zijn.~ 5 3, 2 | 2 En hem hielpen al zijn broeders, en allen die zijn vader 6 3, 42| 42 Judas en zijn broeders ziende dat de ellenden vermenigvuldigden, 7 4, 36| 36 Judas en zijn broeders zeiden: Ziet onze vijanden 8 4, 59| 59 En Judas met zijn broeders, en de ganse vergadering 9 5, 10| brieven aan Judas en zijn broeders, zeggende:~ 10 5, 13| 13 En al onze broeders, die in de plaatsen van 11 5, 16| zij zouden doen voor hun broeders, die in de verdrukking waren, 12 5, 17| mannen, en trek heen om uw broeders te verlossen, die daar in 13 5, 32| Strijdt deze dag voor uw broeders.~ 14 5, 61| hoorden naar Judas en zijn broeders, menende dat zij ook een 15 5, 63| 63 En Judas en zijn broeders zijn zeer verheerlijkt voor 16 5, 65| 65 En Judas en zijn broeders trokken uit en bestreden 17 6, 22| recht oefenen, en zult onze broeders niet wreken?~ 18 7, 6 | zeggende: Judas en zijn broeders hebben al uw vrienden vernield, 19 7, 10| boden tot Judas en zijn broeders, vreedzame woorden sprekende 20 7, 27| hij zond aan Judas en zijn broeders, met bedrog sprekende, vreedzame 21 8, 20| Judas Makkabeüs en zijn broeders en de menigte der Joden 22 9, 9 | keert nu weder, want onze broeders zijn weggelopen, en zouden 23 9, 39| bruidegom en zijn vrienden en broeders gingen uit hun tegemoet, 24 9, 66| Hij sloeg Odomer en zijn broeders, en de zonen van Fasiron 25 10, 5 | gedaan hebben, en tegen zijn broeders, en tegen zijn volk.~ 26 10, 15| die hij gedaan had en zijn broeders, en de arbeid, die zij uitgestaan 27 12, 6 | wensen de Spartiaten, hun broeders, voorspoed.~ 28 12, 7 | onder u was, dat gij onze broeders zijt, gelijk het afschrift 29 12, 21| Spartiaten en de Joden, dat zij broeders zijn, en dat zij zijn uit 30 13, 3 | weet zelf, wat ik en mijn broeders, en het huis mijns vaders 31 13, 4 | 4 Daarom zijn al mijn broeders omgekomen, om Israëls wil, 32 13, 5 | ben niet beter dan al mijn broeders.~ 33 13, 8 | van Judas en Jonathan, uw broeders.~ 34 13, 27| zijn vader, en van zijn broeders, een gebouw, en trok het 35 13, 28| zijn moeder, en zijn vier broeders.~ 36 14, 18| Judas en Jonathan, zijn broeders.~ 37 14, 20| andere volk der Joden, hun broeders, voorspoed.~ 38 14, 26| 26 Want hij, en zijn broeders, en zijn vaders huis, hebben 39 14, 29| kinderen van Jarib, en zijn broeders, zichzelf hebben begeven 40 16, 2 | zeide tot hen: Ik en mijn broeders, en het huis mijns vaders 41 16, 3 | gij dan in mijn en mijns broeders plaats, en trekt op en strijdt 42 16, 21| was omgebracht, en zijn broeders, en dat hij gezonden had


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License