Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ware 2
waren 144
was 147
wat 41
water 4
waters 2
weder 45
Frequency    [«  »]
42 kwam
41 doen
41 konings
41 wat
39 demetrius
39 trok
38 heiligdom

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

wat

   Chapter, Verse
1 1, 52| gruwelijk zouden maken door al wat onrein en onheilig was, 2 2, 10| 10 Wat volk is er dat haar koninkrijk 3 2, 28| de bergen, en lieten al wat zij hadden in de stad.~ 4 2, 51| 51 Gedenkt onze vaderen, wat daden zij gedaan hebben 5 3, 34| gaf hem bevel van alles wat hij wilde gedaan hebben; 6 3, 50| tot de hemel, zeggende: Wat zullen wij dezen doen, en 7 3, 52| ons te vernielen. Gij weet wat zij tegen ons denken.~ 8 4, 20| gezien werd, openbaarde wat er geschied was.~ 9 4, 26| boodschapten aan Lysias al wat er geschied was.~ 10 4, 27| Israël niet was overkomen wat hij gaarne gewild had, en 11 4, 44| En als zij raad hielden wat zij zouden doen met het 12 4, 46| komen, om te antwoorden wat men met deze doen zou.~ 13 5, 16| vergadering om te beraadslagen, wat zij zouden doen voor hun 14 5, 23| vrouwen en kinderen, en alles wat zij hadden, en brachten 15 5, 25| bejegenden, en hun vertelden al wat met hun broederen in Galaäditis 16 5, 28| de stad in, en doodde al wat mannelijk was door de scherpte 17 5, 35| nam haar in, en doodde al wat mannelijk daarin was, plunderde 18 5, 52| 52 En hij vernielde al wat mannelijk was door de scherpte 19 6, 11| gezegd in mijn hart: Tot wat een verdrukking ben ik gekomen, 20 6, 11| verdrukking ben ik gekomen, en tot wat een grote vloed, waarin 21 8, 3 | 3 En wat zij gedaan hadden in het 22 8, 30| eigen goedvinden; en al wat zij daarbij zullen doen 23 9, 36| en kregen Johannes, en al wat hij had, en dat hebbende, 24 10, 43| losgelaten worden; en al wat zij in mijn koninkrijk hebben.~ 25 11, 5 | zij vertelden de koning wat Jonathan gedaan had, om 26 11, 33| bij Judea; en al hetgeen wat daaraan behoort, geven wijl 27 11, 39| zijn; en verhaalde hem ook wat Demetrius uitgericht had, 28 12, 13| 13 Wat ons aangaat, vele verdrukkingen 29 12, 23| schrijven u weder, uw vee en al wat gij hebt, is ons, en al 30 12, 23| gij hebt, is ons, en al wat wij hebben, is uw. Wij hebben 31 13, 3 | tot hen: Gij weet zelf, wat ik en mijn broeders, en 32 13, 9 | en wij zullen alles doen wat gij ons zult zeggen.~ 33 13, 38| 38 Al wat wij u beloofd hebben, dat 34 14, 25| zaken hoorde, zeiden zij: Wat dank zullen wij aan Simon 35 14, 34| Joden om te wonen, en al wat dienstig was tot hun wederoprichting 36 15, 8 | 8 En al wat gij de koning schuldig zijt, 37 15, 8 | koning schuldig zijt, en al wat de koning zal toebehoren, 38 15, 35| 35 En wat aangaat Joppe en Gazara, 39 15, 36| heerlijkheid van Simon, en al wat hij gezien had; en de koning 40 16, 1 | verhaalde zijn vader Simon, wat Cendebeüs uitrichtte.~ 41 16, 14| het land, om te bezorgen wat zij van node hadden, en


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License