Chapter, Verse
1 1, 45| aan, naar het woord des konings.~
2 1, 53| doen naar dit woord des konings, die zou moeten sterven.~
3 1, 61| doodden zij naar het bevel des konings, door hun geweld.~
4 1, 64| besnijden, doodden zij naar des konings bevel;~
5 1, 68| 68 En de toom des konings was zeer groot over Israël.~
6 2, 15| daar kwamen enigen van des konings wege, in de stad Modin,
7 2, 17| 17 En die van des konings wege daar waren, antwoordden
8 2, 18| ons, en doe het bevel des konings, gelijk al de volken gedaan
9 2, 18| alsook uw huis van des konings vrienden zijn, en gij en
10 2, 19| het huis en koninkrijk des konings zijn, hem gehoorzaamden,
11 2, 22| 22 Het woord des konings zullen wij niet horen, dat
12 2, 23| Modin, naar het bevel des konings.~
13 2, 25| 25 En de man des konings, die de lieden dwong te
14 2, 31| 31 En de mannen des konings, en de krijgsmachten, die
15 2, 31| mannen, die het gebod des konings hadden verbroken, in de
16 2, 33| doet naar het woord des konings, en gij zult het leven behouden.~
17 2, 34| wij zullen het woord des konings niet doen, om te ontheiligen
18 3, 14| zijn, en die het woord des konings verachten.~
19 3, 32| geslacht, over de zaken des konings, van de rivier Eufraat af
20 3, 38| mannen onder de vrienden des konings;~
21 3, 42| hebbende de woorden des konings, waarmee hij bevolen had
22 4, 3 | slaan de krijgsmacht des konings, die in Emmaüs was;~
23 6, 32| tegenover het leger des konings.~
24 6, 40| 40 En een deel van des konings leger werd uitgebreid tot
25 6, 42| en daar vielen van des konings leger zeshonderd mannen.~
26 6, 47| zij zagen de sterkte des konings, en de aanval van het krijgsvolk,
27 6, 48| 48 En die van des konings leger waren, trokken hen
28 6, 56| met de krijgsmachten des konings die met hem getrokken waren,
29 7, 7 | heeft, en aan het land des konings, en dat hij hem, en allen,
30 7, 8 | Bacchides, een vriend des konings, die regeerde aan gene zijde
31 10, 36| tot de krijgslieden des konings aangeschreven worden tot
32 10, 36| betaamt de krijgslieden des konings. En uit hen zullen gesteld
33 10, 36| in de grote sterkten des konings;~
34 10, 40| zilver van de rekeningen des konings uit de plaatsen die hem
35 10, 43| landpalen daarvan het recht des konings, of enige andere zaken,
36 10, 45| worden uit de rekening des konings; en ook tot het opbouwen
37 11, 56| een van de vrienden des konings zult zijn.~
38 12, 24| horende dat de oversten des konings Demetrius wederkwamen met
39 13, 15| het geld dat hij aan des konings schatkamer schuldig is,
40 15, 32| Athenobius, de vriend des konings, kwam te Jeruzalem, en zag
41 15, 32| verkondigde hem de woorden des konings.~
|