Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dode 1
doden 6
doe 4
doen 41
doet 3
dok 1
dood 4
Frequency    [«  »]
42 broeders
42 dan
42 kwam
41 doen
41 konings
41 wat
39 demetrius

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

doen

   Chapter, Verse
1 1, 16| verkocht om het kwade te doen.~ 2 1, 53| 53 Zo wie niet zou doen naar dit woord des konings, 3 2, 34| het woord des konings niet doen, om te ontheiligen de dag 4 2, 40| Indien wij allen zouden doen, gelijk onze broeders gedaan 5 2, 67| brengen allen die de wet doen, en zult de wraak uws volks 6 3, 30| tweemaal de onkosten te doen, en om de geschenken te 7 3, 36| hij vreemde kinderen zou doen wonen in al hun landpalen, 8 3, 50| zeggende: Wat zullen wij dezen doen, en waar zullen wij hen 9 4, 44| raad hielden wat zij zouden doen met het altaar des brandoffers, 10 4, 46| antwoorden wat men met deze doen zou.~ 11 5, 16| beraadslagen, wat zij zouden doen voor hun broeders, die in 12 5, 50| niemand zal ulieden enig kwaad doen, wij zullen alleen te voet 13 5, 61| een mannelijke daad zouden doen.~ 14 5, 67| een mannelijke daad wilden doen, omdat zij ten strijde trokken 15 6, 18| altijd zochten veel kwaad te doen, en een sterkte waren voor 16 6, 27| zij nog meerdere dingen doen dan deze, en gij zult hen 17 7, 9 | hij gebood hem wraak te doen over de kinderen Israëls.~ 18 8, 30| iets zullen willen daarbij doen of afdoen, zo zullen zij 19 8, 30| afdoen, zo zullen zij dat doen mogen naar hun eigen goedvinden; 20 8, 30| al wat zij daarbij zullen doen of daar afdoen, dat zal 21 8, 32| zo zullen wij hun recht doen, en tegen u oorlog aannemen 22 9, 9 | Wij zullen dat niet kunnen doen, laat ons liever onze zielen 23 9, 10| dat ik zulk een zaak zou doen, dat ik voor hen zou vlieden; 24 9, 71| zou zoeken enig kwaad te doen al de dagen van zijn leven.~ 25 10, 35| hebben iets tegen hen te doen, of iemand van hen moeite 26 10, 35| iemand van hen moeite aan te doen, over enigerlei zaak.~ 27 10, 42| toebehoren, die de dienst doen.~ 28 10, 56| 56 En nu ik zal u doen hetgeen gij geschreven hebt; 29 11, 32| hetgeen recht is, goed te doen, vanwege hun goedwillendheid 30 11, 41| Ik zal niet alleen dat doen aan u en uw volk, maar ik 31 11, 42| 42 Gij zult dan nu wel doen, dat gij mij mannen zendt, 32 12, 13| koningen, die rondom ons zijn, doen ons oorlog aan.~ 33 12, 18| 18 En voorts zult gij wel doen, dat gij ons hierop antwoordt.~ 34 12, 22| hebben, zo zult gij wel doen, dat gij ons schrijft van 35 13, 6 | 6 Maar ik zal wraak doen voor mijn volk, en voor 36 13, 9 | oorlog, en wij zullen alles doen wat gij ons zult zeggen.~ 37 13, 21| gezanten aan Tryfon, om hem te doen haasten, dat hij tot hen 38 14, 42| heiligdom hun dienst zouden doen, en dat bij hem gesteld 39 14, 44| iets van deze teniet te doen, of tegen te spreken hetgeen 40 14, 46| naar al deze woorden zou doen.~ 41 15, 19| niet zoeken enig kwaad te doen, en niet bestrijden, noch


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License