Chapter, Verse
1 1, 22| 22 En trok op naar Israël en Jeruzalem,
2 1, 23| tempel gezien werd, en hij trok het alles af.~
3 1, 24| dit alles genomen hebbende trok hij naar zijn land.~
4 3, 15| hij voer voort, en met hem trok op een sterk leger van goddelozen,
5 4, 35| te leven of te sterven, trok op naar Antiochië, nam vreemd
6 5, 21| 21 En Simon trok naar Galilea, en hij leverde
7 5, 29| van daar des nachts, en trok alsof hij naar de sterkte
8 5, 36| 36 En hij trok vandaar, en nam in Chasfon,
9 5, 39| om te strijden. En Judas trok hen tegemoet.~
10 5, 43| die over de beek tegen hen trok, en al zijn volk trok hem
11 5, 43| hen trok, en al zijn volk trok hem achterna. En al de heidenen
12 5, 66| land der vreemdelingen, en trok door Samaria.~
13 7, 19| 19 En Bacchides trok op van Jeruzalem, en legerde
14 7, 20| zou helpen; en Bacchides trok heen naar de koning.~
15 7, 24| 24 Trok uit in al de landpalen van
16 7, 39| 39 En Nicanor trok uit Jeruzalem en legerde
17 9, 65| Simon in de stad, en hij trok uit in het land, en kwam
18 9, 72| en wedergekeerd zijnde trok hij naar zijn land, en hij
19 10, 1 | honderdenzestigste jaar trok Alexander de zoon van Antiochus,
20 10, 2 | een grote krijgsmacht, en trok hem tegen om te strijden.~
21 10, 13| verliet zijn plaats, en trok naar zijn land.~
22 10, 21| 21 En Jonathan trok de heilige rok aan in de
23 10, 57| 57 En Ptolomeüs trok uit Egypte, hij en zijn
24 10, 74| verkoor tienduizend mannen, en trok uit Jeruzalem, en Simon,
25 10, 78| 78 En hij trok naar Azote, alsof hij daar
26 10, 78| wilde reizen, en meteen trok bij naar het vlakke veld,
27 10, 86| 86 En Jonathan trok vandaar op, en legerde zich
28 11, 2 | 2 En hij trok in Syrië met vreedzame woorden,
29 11, 59| 59 En Jonathan trok uit, en reisde over de rivier,
30 12, 32| kwam hij naar Damaskus, en trok door het ganse land.~
31 13, 22| het zeer gesneeuwd, en hij trok vanwege de sneeuw niet,
32 13, 22| sneeuw niet, maar brak op, en trok naar Galaäditis.~
33 13, 24| Tryfon keerde weder, en trok naar zijn land.~
34 13, 27| broeders, een gebouw, en trok het op met geslepen stenen,
35 13, 47| waarin afgoden waren, en zo trok hij in de stad, Gode lofzingende
36 14, 1 | Demetrius zijn krijgsmacht, en trok naar Medië, om hulp bijeen
37 14, 3 | 3 Deze trok heen en sloeg het leger
38 14, 37| land en van de stad, en hij trok de muren van Jeruzalem op.~
39 16, 6 | over de beek te trekken, trok hij zelf eerst over en de
|