Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
deksels 1
delen 3
delos 1
demetrius 39
denken 1
der 124
derde 3
Frequency    [«  »]
41 doen
41 konings
41 wat
39 demetrius
39 trok
38 heiligdom
38 laat

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

demetrius

   Chapter, Verse
1 7, 1 | honderdeenenvijftigste jaar kwam Demetrius, Seleucus' zoon, van Rome, 2 7, 4 | krijgsvolk doodde hen, en Demetrius ging zitten op de troon 3 8, 31| kwaad, hetwelk de koning Demetrius tegen hen doet, hebben wij 4 9, 1 | 1 Als Demetrius hoorde hoe Nicanor en zijn 5 10, 2 | 2 En de koning Demetrius dat horende, vergaderde 6 10, 3 | 3 En Demetrius zond Jonathan brieven met 7 10, 15| horende de beloften, die Demetrius aan Jonathan gezonden had, 8 10, 22| 22 Demetrius hoorde deze dingen, en werd 9 10, 25| deze woorden: De koning Demetrius wenst het volk der Joden 10 10, 48| krijgsmacht, en legerde zich tegen Demetrius.~ 11 10, 49| strijden, en het leger van Demetrius nam de vlucht, en Alexander 12 10, 50| ondergang der zon toe, zo viel Demetrius op die dag.~ 13 10, 52| gebied bemachtigd heb, en Demetrius verslagen hebbende, onze 14 10, 67| honderdenvijfenzestigste jaar kwam Demetrius, de zoon van Demetrius, 15 10, 67| kwam Demetrius, de zoon van Demetrius, van het eiland Creta, in 16 10, 69| 69 En Demetrius stelde Apollonius, die over 17 11, 9 | zond gezanten aan de koning Demetrius, zeggende: Welaan, laat 18 11, 12| weg, en gaf haar aan deze Demetrius, en hij werd van Alexander 19 11, 19| 19 En Demetrius werd koning in het honderdenzevenenzestigste 20 11, 30| 30 De koning Demetrius wenst zijn broeder Jonathan, 21 11, 37| 37 En Demetrius ziende dat het land voor 22 11, 38| al het krijgsvolk tegen Demetrius murmureerde, reisde naar 23 11, 39| en verhaalde hem ook wat Demetrius uitgericht had, en hoe dat 24 11, 40| zond brieven tot de koning Demetrius, dat hij degenen, die op 25 11, 41| 41 En Demetrius zond aan Jonathan, zeggende: 26 11, 51| 51 En de koning Demetrius ging zitten op de troon 27 11, 54| al de krijgsknechten, die Demetrius afgedankt had, en die streden 28 11, 62| horende dat de oversten van Demetrius te Kades in Galilea waren, 29 12, 24| de oversten des konings Demetrius wederkwamen met een grote 30 12, 34| overgeven aan die het met Demetrius hielden, zo stelde hij daar 31 13, 34| hij zond naar de koning Demetrius, dat hij het land vrijdom 32 13, 35| 35 En Demetrius, de koning, zond aan hem 33 13, 36| 36 De koning Demetrius wenst de hogepriester Simon, 34 14, 1 | jaar vergaderde de koning Demetrius zijn krijgsmacht, en trok 35 14, 2 | Perzië en Medië, hoorde dat Demetrius in zijn landpalen was gekomen, 36 14, 3 | heen en sloeg het leger van Demetrius, en hij kreeg hem, en bracht 37 14, 38| 38 En de koning Demetrius bevestigde hem het hogepriesterambt 38 15, 1 | Antiochus, de zoon van de koning Demetrius, zond brieven van de eilanden 39 15, 22| geschreven aan de koning Demetrius, en aan Attalus, en Arathas,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License