Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
jeruzalem 58
jeugd 2
joarib 1
joden 37
johannes 13
jonathan 94
jonge 4
Frequency    [«  »]
39 trok
38 heiligdom
38 laat
37 joden
36 dagen
35 heidenen
35 man

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

joden

   Chapter, Verse
1 4, 2 | zouden op het leger der Joden, en hen onvoorziens zouden 2 4, 20| vlucht waren, en dat de Joden het leger in brand hadden 3 4, 35| getoond was, en hoe bereid de Joden waren om eerlijk of te leven 4 6, 6 | was gebracht, en dat de Joden versterkt waren met wapenen, 5 8, 20| broeders en de menigte der Joden hebben ons tot u gezonden, 6 8, 23| Romeinen en het volk der Joden moet welgaan, te water en 7 8, 25| 25 Zo zal het volk der Joden met volle genegenheid des 8 8, 27| volgens deze, zo het volk der Joden eerst oorlog zou mogen overkomen, 9 8, 29| Romeinen met het volk der Joden een verbond.~ 10 8, 31| vrienden en bondgenoten de Joden?~ 11 10, 23| vriendschap te maken met de Joden, om zich daarmee te sterken?~ 12 10, 25| Demetrius wenst het volk der Joden voorspoed.~ 13 10, 29| ontsla, u ten gevalle, al de Joden, van de tollen, en van de 14 10, 33| 33 En alle ziel der Joden, die uit het land Juda gevangen 15 10, 34| deze dagen zullen al de Joden, die in mijn rijk zijn, 16 10, 36| 36 En uit de Joden zullen tot de krijgslieden 17 11, 25| goddelozen uit het volk der Joden beschuldigden hem.~ 18 11, 30| Jonathan, en het volk der Joden, voorspoed.~ 19 11, 32| voorgenomen aan het volk der Joden, die onze vrienden zijn, 20 11, 46| 46 En de koning riep de Joden te hulp, en zij vergaderden 21 11, 48| van de stad ziende dat de Joden de stad bemachtigd hadden, 22 11, 49| rechter hand, en laat de Joden ophouden ons en de stad 23 11, 50| en maakten vrede; en de Joden bekwamen grote eer, zo bij 24 12, 3 | hogepriester, en het volk der Joden hebben ons gezonden, om 25 12, 6 | en het andere volk der Joden wensen de Spartiaten, hun 26 12, 21| aangaande de Spartiaten en de Joden, dat zij broeders zijn, 27 13, 42| veldoverste, en leidsman der Joden.~ 28 14, 20| en het andere volk der Joden, hun broeders, voorspoed.~ 29 14, 22| Jasons zoon, gezanten der Joden, zijn tot ons gekomen om 30 14, 34| gewoond, en hij stelde daar Joden om te wonen, en al wat dienstig 31 14, 40| hij had gehoord, dat de Joden door de Romeinen genoemd 32 14, 41| 41 En dat het de Joden en de priesters behaagd 33 14, 47| overste van het volk der Joden, en der priesters, en over 34 15, 1 | priester en overste der Joden, en aan al het volk;~ 35 15, 2 | overste, en het volk der Joden voorspoed.~ 36 15, 17| 17 De gezanten der Joden zijn tot ons gekomen, zijnde 37 15, 17| hogepriester, en door het volk der Joden;~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License