Chapter, Verse
1 1, 5 | en heerschappijen; en zij werden hem cijnsbaar.~
2 1, 27| maagden en de jongelingen werden verzwakt, en de schoonheid
3 1, 36| de wet niet hielden, en werden sterk in dezelve.~
4 1, 37| stelden die daar; en zij werden tot een grote schrik;~
5 1, 42| woestijn; haar feestdagen werden verkeerd tot rouw, haar
6 1, 62| al degenen, die gevonden werden van maand tot maand in al
7 2, 16| Mattathias en zijn zonen werden daar ook gebracht.~
8 2, 38| strijden op de sabbat, en zij werden doodgeslagen, zij, en hun
9 2, 43| voegden zich bij hen, en werden hun tot een versterking.~
10 3, 6 | ongerechtigheid tezamen beroerd werden, en dat het welging met
11 4, 14| elkander, en de heidenen werden geslagen, en vloden over
12 5, 1 | tevoren, dat zij zeer toornig werden.~
13 5, 14| deze brieven nog gelezen werden, ziet andere boden kwamen
14 5, 16| verdrukking waren, en die van hen werden bestreden.~
15 5, 20| 20 En Simon werden toegedeeld drieduizend man,
16 5, 43| achterna. En al de heidenen werden vermorzeld voor zijn aangezicht,
17 5, 60| 60 En Jozefus en Azaria werden op de vlucht gedreven, en
18 6, 23| dit volk van ons vervreemd werden.~
19 6, 24| degenen van ons, die gevonden werden, die werden gedood, en onze
20 6, 24| die gevonden werden, die werden gedood, en onze erfgoederen
21 6, 24| gedood, en onze erfgoederen werden geroofd;~
22 6, 35| vijfhonderd uitgelezen ruiters werden geordineerd bij elk beest.~
23 6, 41| 41 En zij werden allen ontroerd, die het
24 7, 22| 22 En tot hem werden vergaderd allen die hun
25 7, 24| overgelopen waren, en zij werden tegengehouden, dat zij in
26 8, 2 | 2 Want hem werden verhaald hun oorlogen, en
27 9, 55| geslagen en zijn werken werden verhinderd, en zijn mond
28 9, 69| 69 En zij werden toornig in hun gemoed over
29 10, 82| ruiterij was afgemat, en zij werden door hem geslagen en zij
30 10, 85| omgebracht, met die verbrand werden, waren tot achtduizend man.~
31 11, 18| in zijn sterkten waren, werden omgebracht door degenen,
32 12, 28| gereed waren, en vreesden, en werden in hun hart verslagen, en
33 13, 49| burcht te Jeruzalem waren, werden verhinderd uit en in te
34 14, 19| 19 En deze brieven werden gelezen voor de ganse gemeente
35 15, 12| ellenden op hem samengebracht werden, en dat hem de krijgslieden
|