Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
makkabeüs 5
male 1
maliën 1
man 35
manieren 1
mannelijk 6
mannelijke 7
Frequency    [«  »]
37 joden
36 dagen
35 heidenen
35 man
35 werden
34 degenen
34 kinderen

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

man

   Chapter, Verse
1 2, 8 | tempel is geworden als een man die ongeëerd is.~ 2 2, 17| wetgeleerde, en een groot man in deze stad, en zeer sterk 3 2, 23| spreken, zo kwam een Joodse man, om voor de ogen van allen 4 2, 25| 25 En de man des konings, die de lieden 5 2, 40| 40 En een man zeide tot zijn naaste: Indien 6 2, 65| broeder, ik weet dat hij een man van raad is, hoort hem al 7 3, 32| liet Lysias, een geëerd man, en van koninklijk geslacht, 8 4, 1 | nam tot zich vijfduizend man te voet, en duizend uitgelezen 9 4, 6 | vlakke veld met drieduizend man; doch zij hadden geen deksels 10 4, 15| hen vielen tot drieduizend man.~ 11 5, 20| werden toegedeeld drieduizend man, om naar Galilea te trekken, 12 5, 20| trekken, en Judas achtduizend man om te trekken naar Galaäditis.~ 13 5, 22| heidenen tot drieduizend man, en zij kregen hun buit.~ 14 5, 34| die dag tot achtduizend man.~ 15 5, 60| Israëls tot tweeduizend man, en daar werd een grote 16 7, 7 | 7 Zend dan nu een man, die gij vertrouwt, die 17 7, 14| 14 Want zij zeiden: Een man, die een priester is uit 18 7, 40| in Adasa met drieduizend man, en Judas bad God, en zeide:~ 19 8, 16| 16 En dat zij een man vertrouwden om over hen 20 9, 4 | Berea, met twintigduizend man te voet, en tweeduizend 21 9, 6 | uit hen maar achthonderd man overbleven.~ 22 9, 29| Judas gestorven is, is geen man geweest hem gelijk, om uit 23 9, 49| die dag omtrent duizend man, en hij keerde weder naar 24 10, 16| Zouden wij ook een zodanige man vinden? Laat ons dan nu 25 10, 19| gehoord, dat gij een machtig man zijt in sterkte, en dat 26 10, 36| worden tot dertigduizend man; en men zal hun gaven geven, 27 10, 85| werden, waren tot achtduizend man.~ 28 11, 44| honderdentwintigduizend man, en wilden de koning doden.~ 29 11, 47| op die dag honderdduizend man, en staken de stad in brand, 30 11, 73| die dag, tot drieduizend man, en Jonathan keerde weder 31 12, 8 | 8 En daar Onias de man, die daarmee gezonden was, 32 12, 41| tegemoet met veertigduizend man, ten strijd uitgelezen, 33 12, 47| zich blijven drieduizend man, van welke hij tweeduizend 34 13, 54| zoon Johannes nu tot een man geworden was, heeft hem 35 16, 10| dezen vielen tot tweeduizend man, en hij keerde weder naar


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License