Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
heerschappij 2
heerschappijen 1
heersen 2
heidenen 35
heilig 3
heiligden 1
heiligdom 38
Frequency    [«  »]
38 laat
37 joden
36 dagen
35 heidenen
35 man
35 werden
34 degenen

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

heidenen

   Chapter, Verse
1 1, 12| verbond oprichten met de heidenen, die rondom ons zijn.~ 2 1, 14| hij gaf hun macht om der heidenen inzettingen te plegen.~ 3 1, 15| school naar de wetten der heidenen.~ 4 1, 16| en voegden zich bij de heidenen, en waren verkocht om het 5 2, 12| heerlijkheid zijn verwoest, en de heidenen hebben deze ontheiligd.~ 6 2, 40| zouden strijden tegen de heidenen voor ons leven en voor onze 7 2, 44| overgeblevenen vloden naar de heidenen om behouden te worden.~ 8 2, 48| bevrijdden de wet uit de hand der heidenen, en uit de hand der koningen, 9 2, 68| 68 Vergeldt de heidenen de vergelding, en houdt 10 3, 45| op de burcht waren, en de heidenen daar hun woonplaats hadden, 11 3, 48| der wet uit, waarnaar de heidenen naarstig zochten, om daarin 12 3, 52| 52 En zie, de heidenen zijn tegen ons vergaderd 13 3, 58| om te vechten tegen deze heidenen, die vergaderd zijn tegen 14 4, 7 | als zij nu het leger der heidenen zagen, dat sterk en welgewapend 15 4, 14| kwamen aan elkander, en de heidenen werden geslagen, en vloden 16 4, 45| smaadheid worde, daar de heidenen dat besmet hadden, en zij 17 4, 54| en op de dag, waarop de heidenen dat ontheiligd hadden, op 18 4, 58| volk, en de smaadheid der heidenen is afgekeerd.~ 19 4, 60| sterke torens, opdat de heidenen niet te eniger tijd zouden 20 5, 1 | 1 Het geschiedde, als de heidenen daar rondom hoorden dat 21 5, 9 | 9 En de heidenen die in Galaäd waren, vergaderden 22 5, 11| 11 De heidenen, die rondom ons zijn, zijn 23 5, 19| de strijd niet tegen de heidenen, totdat wij zullen wedergekeerd 24 5, 21| vele veldslagen tegen de heidenen, en hij vermorzelde de heidenen 25 5, 21| heidenen, en hij vermorzelde de heidenen voor zijn aangezicht, en 26 5, 22| 22 En daar vielen van de heidenen tot drieduizend man, en 27 5, 43| trok hem achterna. En al de heidenen werden vermorzeld voor zijn 28 5, 57| heentrekken om te beoorlogen de heidenen, die rondom ons zijn.~ 29 6, 18| een sterkte waren voor de heidenen;~ 30 6, 53| en die behouden en van de heidenen in Judea gevloden waren, 31 7, 23| Israëls deden meer dan de heidenen,~ 32 12, 53| 53 Want alle heidenen, die rondom hen waren, zochten 33 13, 6 | en kinderen; daar al de heidenen tezamen gekomen zijn om 34 13, 41| honderdenzeventigste jaar is het juk der heidenen van Israël weggenomen.~ 35 14, 36| onder zijn handen, en dat de heidenen uit hun land weggedaan zijn,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License