Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zondigen 1
zonen 22
zongen 1
zoon 34
zoontjes 2
zorg 1
zou 75
Frequency    [«  »]
35 werden
34 degenen
34 kinderen
34 zoon
33 gelijk
33 maar
32 alle

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

zoon

   Chapter, Verse
1 1, 1 | geschiedde, nadat Alexander, de zoon van Filippus, de Macedoniër, 2 1, 11| namelijk Antiochus Epifanes, de zoon van de koning Antiochus, 3 2, 1 | stond op Mattathias, de zoon van Johannes, de zoon van 4 2, 1 | de zoon van Johannes, de zoon van Simeon, een priester, 5 2, 26| Pinehas deed tegen Zambri, de zoon van Salom.~ 6 3, 1 | genoemd werd Makkabeüs, zijn zoon, stond op in zijn plaats;~ 7 3, 33| 33 En om zijn zoon Antiochus op te voeden, 8 3, 38| nu verkoor Ptolomeüs, de zoon van Dorymenis, en Nicanor, 9 4, 30| handen van Jonathan, de zoon van Saul, en van zijn wapendrager.~ 10 5, 18| 18 En hij liet Jozef, de zoon van Zacharias en Azaria 11 5, 56| 56 Hoorde Jozefus, de zoon van Zacharias, en Azaria, 12 6, 2 | waren, die Alexander, de zoon van Filippus, de koning 13 6, 15| zijn ring, dat hij zou zijn zoon Antiochus halen, en hem 14 6, 17| stelde Antiochus, zijn zoon, om koning te zijn in zijn 15 6, 55| leefde, gesteld had om zijn zoon Antiochus op te voeden, 16 7, 1 | kwam Demetrius, Seleucus' zoon, van Rome, en ging op met 17 8, 17| Judas verkoos Eupolemus, de zoon van Johannes de zoon van 18 8, 17| de zoon van Johannes de zoon van Accos, en Jason, de 19 8, 17| van Accos, en Jason, de zoon van Eleazar, en hij zond 20 10, 1 | honderdenzestigste jaar trok Alexander de zoon van Antiochus, toegenaamd 21 10, 67| jaar kwam Demetrius, de zoon van Demetrius, van het eiland 22 11, 38| die het kind Antiochus, de zoon van Alexander, opvoedde;~ 23 11, 69| gebleven, dan Mattathias, de zoon van Absalom, en Judas de 24 11, 69| van Absalom, en Judas de zoon van Calfi, die oversten 25 12, 16| verkoren Numenius, Antiochus' zoon, en Antipater, Jasons zoon, 26 12, 16| zoon, en Antipater, Jasons zoon, en hebben hen gezonden 27 13, 11| En hij zond Jonathan, de zoon van Absalom, en met hem 28 13, 54| 54 Simon, ziende dat zijn zoon Johannes nu tot een man 29 14, 22| aldus: Numenius, Antiochus' zoon, en Antipater, Jasons zoon, 30 14, 22| zoon, en Antipater, Jasons zoon, gezanten der Joden, zijn 31 14, 29| 29 Dat Simon, de zoon van Mattathias, van de kinderen 32 15, 1 | 1 En Antiochus, de zoon van de koning Demetrius, 33 16, 11| 11 En Ptolomeüs, de zoon van Abubus, was gesteld 34 16, 15| 15 En de zoon van Abubus ontving hen met


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License