Chapter, Verse
1 1, 12| gingen uit Israël enige boze kinderen, die velen aanrieden, zeggende:
2 1, 34| zij namen de vrouwen en kinderen gevangen, en verkregen al
3 1, 41| haar geboren waren, en haar kinderen verlieten haar.~
4 1, 64| En de vrouwen, die haar kinderen lieten besnijden, doodden
5 1, 65| En zij hingen de kleine kinderen op aan de halzen der moeders,
6 2, 1 | Simeon, een priester, van de kinderen Joarib, van Jeruzalem, en
7 2, 9 | en weggevoerd; de kleine kinderen zijn gedood in haar straten,
8 2, 30| neder te zetten, zij en hun kinderen, en hun vrouwen, en hun
9 2, 38| hun huisvrouwen, en hun kinderen, en hun vee, tot duizend
10 2, 47| 47 En vervolgden de kinderen van de hoogmoed, en dit
11 2, 50| 50 Nu dan mijn kinderen, ijvert voor de wet en stelt
12 2, 64| 64 En gij, mijn kinderen, wordt gesterkt, en houdt
13 3, 15| wraak zou nemen over de kinderen Israëls.~
14 3, 20| onze huisvrouwen, en onze kinderen, en om ons te beroven.~
15 3, 36| 36 En dat hij vreemde kinderen zou doen wonen in al hun
16 3, 41| hun leger gekomen, om de kinderen Israëls tot dienstknechten
17 3, 45| heiligdom vertreden werd, en de kinderen der vreemdelingen op de
18 5, 3 | 3 Waarom Judas de kinderen van Ezau in Idumeä beoorloogde,
19 5, 4 | wordende de boosheid van de kinderen van Bajan, die het volk
20 5, 6 | vandaar toog hij naar de kinderen van Ammon, en hij vond daar
21 5, 13| gevangen genomen, en hun kinderen, en hun huisraad, en hebben
22 5, 23| Arbatten, met vrouwen en kinderen, en alles wat zij hadden,
23 5, 45| en hun vrouwen, en hun kinderen, en hun huisraad, een zeer
24 5, 65| trokken uit en bestreden de kinderen van Ezau, in het land dat
25 7, 9 | hem wraak te doen over de kinderen Israëls.~
26 7, 13| waren de eersten onder de kinderen van Israël, en zij verzochten
27 7, 23| die met hem waren onder de kinderen Israëls deden meer dan de
28 8, 10| met hun vrouwen en hun kinderen, en hen geplunderd hebbende,
29 9, 36| 36 En de kinderen van Ambri deden een uitval
30 9, 37| Simon geboodschapt, dat de kinderen van Ambri een grote bruiloft
31 13, 6 | heiligdom, en voor uw vrouwen en kinderen; daar al de heidenen tezamen
32 13, 18| Omdat hij hem het geld en de kinderen niet gezonden heeft, zo
33 13, 45| de muren met vrouwen en kinderen, hun klederen verscheurende,
34 14, 29| zoon van Mattathias, van de kinderen van Jarib, en zijn broeders,
|