Chapter, Verse
1 2, 18| doe het bevel des konings, gelijk al de volken gedaan hebben,
2 2, 24| en hij ontstak met toorn gelijk het recht is, en toelopende
3 2, 26| hij ijverde voor de wet, gelijk eertijds Pinehas deed tegen
4 2, 40| Indien wij allen zouden doen, gelijk onze broeders gedaan hebben,
5 2, 41| laat ons niet allen sterven gelijk onze broeders in de holen
6 3, 4 | in zijn werken een leeuw gelijk geworden, en als een jonge
7 3, 60| 60 Doch gelijk de wil van God in de hemel
8 4, 27| het niet was uitgevallen, gelijk hem de koning bevolen had.~
9 4, 60| komen en ze weder vertreden, gelijk zij tevoren gedaan hadden.~
10 6, 7 | en dat zij het heiligdom, gelijk het eerst was, hadden omringd
11 6, 8 | het hem niet was gegaan gelijk hij gedacht had.~
12 6, 39| daarvan blonken, en lichtten gelijk lampen van vuur.~
13 6, 59| wandelen naar hun wetten, gelijk tevoren. Want om hunner
14 9, 29| is geen man geweest hem gelijk, om uit te trekken tegen
15 9, 44| want het is heden niet gelijk gisteren en eergisteren.~
16 10, 36| men zal hun gaven geven, gelijk betaamt de krijgslieden
17 10, 37| wandelen naar hun wetten, gelijk ook de koning bepaald heeft
18 10, 41| gegeven van de behoeften, gelijk in de eerste jaren, dat
19 10, 42| ontvingen uit de inkomsten, gelijk in de eerste jaren van de
20 10, 56| tot mijn schoonzoon nemen, gelijk gij gezegd hebt.~
21 10, 58| haar bruiloft in Ptolomaïs, gelijk de koningen, in grote heerlijkheid.~
22 10, 64| zijn heerlijkheid zagen, gelijk uitgeroepen was, en dat
23 10, 81| en het volk stond stil gelijk Jonathan gelast had; en
24 10, 89| zond hem een gouden gesp, gelijk de gewoonte is, dat de bloedvrienden
25 11, 1 | vergaderde veel krijgsvolk, gelijk daar is het zand aan de
26 11, 26| Doch de koning deed hem, gelijk hem gedaan hadden de koningen,
27 11, 48| stad bemachtigd hadden, gelijk zij wilden, zijn in hun
28 12, 3 | gemeenschap van wapenen, gelijk tevoren.~
29 12, 7 | gij onze broeders zijt, gelijk het afschrift hier onder
30 12, 11| en ook in onze gebeden, gelijk het behoort en betamelijk
31 12, 46| hij, hem gelovende, deed gelijk hij zeide, en hij zond het
32 15, 3 | verkrijgen, om dat te herstellen, gelijk het tevoren was, en heb
33 15, 41| Judea zouden doorlopen, gelijk de koning hem gelast had.~ ~
|