Chapter, Verse
1 1, 37| 37 En brachten daarin wapenen en spijze; en de plundering
2 5, 43| aangezicht, en zij wierpen hun wapenen weg, en vloden in het bos,
3 6, 2 | bedekselen, en pantsers, en wapenen waren, die Alexander, de
4 6, 6 | Joden versterkt waren met wapenen, en krijgsvolk, en veel
5 6, 41| menigte, en het gedruis der wapenen hoorden, want het leger
6 7, 44| was, zo wierpen zij hun wapenen weg en vloden.~
7 8, 17| vriendschap en gemeenschap van wapenen te maken.~
8 8, 20| ulieden gemeenschap van wapenen zouden maken, en vrede,
9 8, 22| vredes en der gemeenschap van wapenen:~
10 8, 24| enige, die gemeenschap der wapenen met hen hebben, in hun gebied,~
11 8, 26| oorlogen, geen proviand, noch wapenen, noch geld, noch schepen
12 8, 28| worden, noch proviand, noch wapenen, noch geld, noch schepen;
13 9, 39| vele trommelen, muziek en wapenen.~
14 10, 6 | krijgsvolk te vergaderen, en de wapenen gereed te maken; en dat
15 10, 6 | hij zijn medegenoot in de wapenen zou zijn; en de gijzelaars,
16 10, 21| krijgsvolk, en maakte vele wapenen gereed.~
17 11, 50| 50 En zij wierpen hun wapenen weg, en maakten vrede; en
18 12, 3 | vriendschap en gemeenschap van wapenen, gelijk tevoren.~
19 12, 8 | gedaan van gemeenschap van wapenen, en vriendschap;~
20 12, 16| vriendschap en gemeenschap van wapenen met hen weder te vernieuwen.~
21 12, 27| waren zouden waken, en in de wapenen zijn, en zich gereed houden
22 13, 29| pilaren allerlei soort van wapenen, tot een eeuwige naam; en
23 13, 29| eeuwige naam; en bij deze wapenen schepen ingehouwen, om gezien
24 14, 18| vriendschap en gemeenschap van wapenen met hem weder te vernieuwen,
25 14, 24| verbond van gemeenschap der wapenen te bevestigen.~
26 14, 32| eigen geld, en bestelde wapenen voor de mannen der krijgsmacht
27 14, 33| van Judea, waar tevoren de wapenen der vijanden geweest waren,
28 14, 42| over het land en over de wapenen en over de sterkten opzicht
29 15, 7 | zullen vrij zijn, en al de wapenen, die gij bereid hebt, en
30 15, 17| vriendschap en gemeenschap der wapenen, gezonden door Simon, de
31 15, 19| zij geen gemeenschap van wapenen aannemen met degene, die
32 16, 16| die met hem waren en hun wapenen nemende, overvielen zij
|