Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
middelen 1
midden 7
mij 18
mijn 29
mijner 1
mijns 3
mijzelf 1
Frequency    [«  »]
31 zeide
30 onder
30 woorden
29 mijn
29 vrienden
28 antiochus
28 juda

Het eerste boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

mijn

   Chapter, Verse
1 2, 7 | te zien de overlast van mijn volk, en de overlast der 2 2, 20| 20 Zo zullen ik en mijn zonen en mijn broeders wandelen 3 2, 20| zullen ik en mijn zonen en mijn broeders wandelen in het 4 2, 50| 50 Nu dan mijn kinderen, ijvert voor de 5 2, 64| 64 En gij, mijn kinderen, wordt gesterkt, 6 5, 17| Galilea zijn; doch ik en mijn broeder Jonathan zullen 7 6, 10| hen: De slaap houdt op van mijn ogen, en mijn hart vervalt 8 6, 10| houdt op van mijn ogen, en mijn hart vervalt vanwege de 9 6, 11| 11 En ik heb gezegd in mijn hart: Tot wat een verdrukking 10 6, 11| en bemind ware geweest in mijn heerschappij!~ 11 7, 35| niet wordt overgeleverd in mijn handen, zo zal het geschieden, 12 10, 24| geschenken, opdat zij tot mijn hulp mogen zijn.~ 13 10, 33| land Juda gevangen zijn in mijn ganse koninkrijk, laat ik 14 10, 34| zullen al de Joden, die in mijn rijk zijn, dagen van tolvrijheid 15 10, 43| worden; en al wat zij in mijn koninkrijk hebben.~ 16 10, 52| wedergekeerd ben in het land van mijn koninkrijk, en gezeten ben 17 10, 56| mogen zien, en ik zal u tot mijn schoonzoon nemen, gelijk 18 11, 9 | verbond maken, en ik zal u mijn dochter geven die Alexander 19 11, 10| het berouwt mij dat ik hem mijn dochter heb gegeven, want 20 11, 42| helpen strijden, omdat al mijn krijgsvolk mij is afgevallen.~ 21 13, 3 | Gij weet zelf, wat ik en mijn broeders, en het huis mijns 22 13, 4 | 4 Daarom zijn al mijn broeders omgekomen, om Israëls 23 13, 5 | zij verre van mij, dat ik mijn ziel zou sparen in enige 24 13, 5 | ik ben niet beter dan al mijn broeders.~ 25 13, 6 | Maar ik zal wraak doen voor mijn volk, en voor het heiligdom, 26 15, 28| te Jeruzalem, steden van mijn koninkrijk.~ 27 15, 29| plaatsen vermeesterd in mijn koninkrijk.~ 28 16, 2 | en zeide tot hen: Ik en mijn broeders, en het huis mijns 29 16, 3 | barmhartigheid. Wees gij dan in mijn en mijns broeders plaats,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License