Chapter, Verse
1 1, 30| schattingen in de steden van Juda, en hij kwam te Jeruzalem
2 1, 47| Jeruzalem, en aan de steden van Juda, dat zij wandelen zouden
3 1, 55| hij beval de steden van Juda, dat zij offeren zouden
4 1, 58| rondom in alle steden van Juda bouwden zij altaren.~
5 2, 6 | godslasteringen, die in Juda en Jeruzalem geschiedden,~
6 2, 18| hebben, en de mannen van Juda, en die in Jeruzalem overgelaten
7 3, 8 | Hij doortrok de steden van Juda, en verdelgde uit haar de
8 3, 39| te vallen in het land van Juda, en het te verderven, naar
9 5, 45| te komen in het land van Juda.~
10 5, 53| hij kwam in het land van Juda.~
11 5, 68| keerde weder naar het land Juda.~ ~
12 6, 5 | legers, die naar het land van Juda vertrokken waren, op de
13 6, 12| gezonden heb om de inwoners van Juda zonder oorzaak uit te roeien.~
14 7, 10| krijgsmacht in het land van Juda, en hij zond boden tot Judas
15 7, 22| bemachtigden het land van Juda, en brachten een grote nederlaag
16 7, 50| 50 En het land van Juda was enige dagen in rust.~ ~
17 9, 1 | te zenden naar het land Juda, en met de rechtervleugel
18 9, 57| tot de koning, en het land Juda was in rust twee jaren.~
19 9, 72| tevoren in het land van Juda gevangen had genomen; en
20 10, 30| die ontvangt van het land Juda, en van die streken, die
21 10, 33| Joden, die uit het land Juda gevangen zijn in mijn ganse
22 10, 37| bepaald heeft in het land Juda.~
23 12, 4 | zouden geleiden in het land Juda.~
24 12, 46| trokken naar het land van Juda.~
25 12, 52| kwamen allen in het land van Juda, en beweenden Jonathan,
26 13, 1 | komen naar het land van Juda, en het te verdrukken;~
27 13, 12| grote macht in het land van Juda te komen; en Jonathan was
28 16, 10| keerde weder naar het land Juda met vrede.~
|