Chapter, Verse
1 1, 11| zondige spruit namelijk Antiochus Epifanes, de zoon van de
2 1, 11| Epifanes, de zoon van de koning Antiochus, die binnen Rome gijzelaar
3 1, 17| En als het koninkrijk van Antiochus was bevestigd, nam hij ook
4 1, 21| 21 En Antiochus, nadat hij Egypte geslagen
5 3, 27| 27 En toen Antiochus, de koning, deze woorden
6 3, 33| 33 En om zijn zoon Antiochus op te voeden, totdat hij
7 6, 1 | 1 En de koning Antiochus, doorreizende de bovenlanden,
8 6, 15| ring, dat hij zou zijn zoon Antiochus halen, en hem opvoeden om
9 6, 16| 16 En de koning Antiochus stierf aldaar, in het honderdnegenenveertigste
10 6, 17| koning gestorven was, stelde Antiochus, zijn zoon, om koning te
11 6, 55| Filippus, die de koning Antiochus, toen hij nog leefde, gesteld
12 6, 55| gesteld had om zijn zoon Antiochus op te voeden, totdat hij
13 7, 2 | vaderen, dat het krijgsvolk Antiochus en Lysias greep, om die
14 8, 6 | 6 En onder dezen Antiochus de Grote, koning van Azië,
15 10, 1 | trok Alexander de zoon van Antiochus, toegenaamd Epifanes, op
16 11, 38| de Arabier, die het kind Antiochus, de zoon van Alexander,
17 11, 53| Tryfon wedergekeerd, en Antiochus, het jonge kind, met hem,
18 11, 56| 56 En de jonge Antiochus schreef aan Jonathan, zeggende:
19 12, 16| wij dan verkoren Numenius, Antiochus' zoon, en Antipater, Jasons
20 12, 39| hand te slaan aan de koning Antiochus.~
21 13, 31| bedriegelijk om met de jonge koning Antiochus, en doodde hem.~
22 14, 22| ons volk, aldus: Numenius, Antiochus' zoon, en Antipater, Jasons
23 15, 1 | 1 En Antiochus, de zoon van de koning Demetrius,
24 15, 2 | volgende inhoud: De koning Antiochus wenst Simon, de grote priester
25 15, 10| honderdvierenzeventigste jaar is Antiochus opgetrokken naar het land
26 15, 11| 11 En de koning Antiochus vervolgde hem, en hij kwam
27 15, 13| 13 En Antiochus legerde zich tegen Dora,
28 15, 25| 25 En de koning Antiochus belegerde Dora in de tweede
|